Wat als er niets “mis” is met ons brein?

Hoe meer gesprekken ik voer met neurodivergente mensen, hoe minder ik het gevoel heb dat ik naar losse stoornissen kijk.

Ik zie geen “autisme hier” en “ADHD daar”. Ik zie mensen.

Mensen die vaak al hun hele leven proberen te begrijpen waarom de wereld voor hen zoveel harder binnenkomt. Waarom sociale situaties zoveel energie kosten. Waarom hun hoofd nooit echt stil is. Waarom ze alles lijken te voelen, analyseren en verwerken op een manier die anderen niet lijken te herkennen.

En steeds vaker vraag ik me af: wat als we op de verkeerde manier kijken naar neurodivergentie?

Begrijp me niet verkeerd. Ik weet dat diagnoses voor veel mensen juist rust brengen. Ook voor mij bracht herkenning veel antwoorden. Dingen waar jarenlang schaamte op zat, kregen context. Ik denk ook absoluut niet dat diagnoses onzin zijn of geen waarde hebben. Maar tegelijk merk ik dat er iets wringt.

Want de DSM kijkt vooral naar gedrag. Naar wat zichtbaar is aan de buitenkant. Naar kenmerken, patronen en symptomen. Niet naar hoe iets voelt vanbinnen. Niet naar hoeveel energie iets kost. Niet naar wat iemand probeert te compenseren. Niet naar wat er gebeurt wanneer iemand jarenlang probeert te functioneren in een wereld die niet op hem afgestemd voelt.

“Problemen met sociale communicatie.” Dat is de omschrijving.

Maar hoeveel neurodivergente mensen zijn juist constant bezig met sociale communicatie? Met analyseren, spiegelen, opletten, aanpassen, nadenken, corrigeren en voorspellen? Niet omdat het hen niets interesseert, maar juist omdat hun brein er zó bewust mee bezig is.

“Snel afgeleid.” Maar wat als dat hoofd niet leeg is, maar juist overvol? Vol ideeën, verbanden, gedachten, prikkels en informatie die allemaal tegelijk binnenkomt?

Hoe meer mensen ik spreek, hoe minder het voor mij voelt alsof autisme, ADHD en andere labels volledig los van elkaar staan. De overlap is enorm. Overprikkeling. Hyperfocus. Maskeren. Uitputting. Sociale verwarring. Vastlopen op verwachtingen. Het gevoel anders te zijn zonder precies te begrijpen waarom.

Voor mij voelt neurodivergentie steeds minder als “een verzameling stoornissen” en steeds meer als een andere manier van verwerken, voelen en bestaan.

En nee, ik denk niet dat neurodivergentie ontstaat door de maatschappij. Voor mij zit dat verschil diep in hoe iemand informatie verwerkt, voelt en de wereld ervaart. In je brein. In je zenuwstelsel. In je hele manier van zijn.

Maar ik denk wel dat veel van het vastlopen ontstaat doordat die manier van zijn voortdurend botst met hoe de maatschappij is ingericht.

Een maatschappij waarin veel draait om snelheid, flexibiliteit, sociale vanzelfsprekendheid, constante prikkels en aanpassen aan verwachtingen die niet voor ieder brein haalbaar of natuurlijk voelen. En ik denk dat daar een groot deel van de pijn ontstaat.

Niet alleen door hoe een neurodivergent brein werkt, maar door jarenlang horen dat jouw natuurlijke manier van denken, voelen of reageren “te veel”, “te moeilijk”, “te gevoelig” of “verkeerd” is. Dat doet iets met een mens. Dat doet iets met zelfbeeld.

Ik denk ook niet dat alles alleen maar opgelost zou zijn als de maatschappij anders ingericht was. Sommige neurodivergente mensen lopen ernstig vast. Sommige mensen ervaren hun neurodivergentie absoluut als beperking of lijdensdruk. Ondersteuning blijft belangrijk. Hulp blijft belangrijk. Begrip alleen lost niet alles op.

Maar ik vraag me wel steeds vaker af hoeveel van die lijdensdruk versterkt wordt doordat neurodivergente mensen voortdurend proberen te functioneren in een wereld die gebouwd is rondom een andere norm.

Misschien roept dit weerstand of vragen op. Dat snap ik. Dit onderwerp raakt aan identiteit, erkenning, pijn en jarenlang zoeken naar antwoorden.

Dit is ook geen wetenschappelijke conclusie of absolute waarheid. Het is een visie die is gegroeid door mijn eigen ervaringen, de gesprekken die ik voer en de patronen die ik steeds opnieuw tegenkom.

Maar hoe langer ik hiermee bezig ben, hoe minder ik geloof dat neurodivergente mensen gerepareerd moeten worden.

Misschien moeten ze vooral begrepen worden.

3 gedachten over “Wat als er niets “mis” is met ons brein?”

  1. Dat ben ik het helemaal met jou eens.
    Ik kan mijn alleengeboren vierling zijn , waarvan ik de resten in mij meedraag, niet repareren. Ik kan mijn jeugd trauma’s niet repareren. Ik kan ook de trauma’s van mijn ouders en grootouders niet repareren. Ik kan alles wel een plek geven van waar het vandaan is gekomen. Wat de redenen ook zijn dat ik anders functioneer.
    Ik ben erdoor als HSP, autist en Adhder geboren en dat blijf ik. Ik kan alleen wat orde in de innerlijke chaos scheppen door alles een plek te geven en er het beste van te maken in een maatschappij die hier geen rekening mee houdt.
    Deze maatschappij houdt sowieso weinig rekening met zijn mensen. Net als een ondernemer die denkt dat zijn machines en pand zijn kapitaal zijn, maar vergeet dat zijn werknemers (de mensen) zijn grootste kapitaal zijn.

  2. Heel herkenbaar. Wat ik er nog aan toevoeg: ” Je wordt dikwijls gebruikt als de persoon die alles moet begrijpen en aankan. Een grens aangeven wordt met onbegrip en veel agressie beantwoord. Reacties van mensen blijven mij verbazen. Agressie kan ik niet verwerken. Ook al ga ik zelf compleet uit mijn dak als mensen blijven over mijn grenzen heen gaan. Heel dikwijls voel ik mij een gebruiksvoorwerp.

  3. Ik geloof dat het precies is zoals je hier beschrijft. Zelf gebruik ik vaak het voorbeeld van telefoons of computerprogramma’s. Neurotypische mensen draaien op android ( of anderom)
    en neurodivergente mensen op ios. Het werkt wel maar anders.
    Alleen neurodivergente mensen hebben dan een extra programma nodig om te aan te passen aan de maatschappij. En met overprikkeling, Hyperfocus. Maskeren, Uitputting op de loer kunnen ze vastlopen. Waardoor de kloof blijft.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven