Je kunt mensen om je heen hebben en je toch eenzaam voelen

Bij eenzaamheid denken we vaak aan alleen zijn. Aan weinig vrienden hebben, weinig mensen zien of niemand hebben om iets mee te ondernemen. Maar eenzaamheid ziet er lang niet altijd zo uit. Je kunt een partner hebben, vrienden spreken, collega’s zien, deel uitmaken van een gezin en regelmatig tussen de mensen zijn, en je toch eenzaam voelen.

Voor sommige neurodivergente mensen zit eenzaamheid dan ook niet zozeer in een gebrek aan mensen, maar in een gebrek aan verbinding. Je bent er wel bij, maar voelt je niet helemaal onderdeel van wat er gebeurt. Je praat mee, lacht mee en doet wat er van je verwacht wordt, terwijl je vanbinnen het gevoel houdt dat er een afstand bestaat tussen jou en de mensen om je heen.

Misschien herkennen anderen je aanwezigheid, maar niet altijd je binnenwereld. En juist dat kan behoorlijk eenzaam zijn.


Eenzaamheid gaat niet alleen over hoeveel mensen je kent

Het aantal sociale contacten dat iemand heeft, zegt weinig over hoe verbonden diegene zich voelt. Je kunt weinig mensen om je heen hebben en daar heel tevreden mee zijn. Andersom kun je een volle agenda hebben en je alsnog alleen voelen.

Het gaat vaak veel meer over de kwaliteit van het contact. Kun je vertellen wat er werkelijk in je omgaat? Voel je dat de ander nieuwsgierig is naar jouw ervaring, ook als die anders is dan die van hen? Kun je stil zijn zonder het gevoel te hebben dat je iets moet zeggen? Kun je enthousiast worden over iets wat belangrijk voor je is zonder jezelf voortdurend af te remmen?

Voor neurodivergente mensen kunnen daar extra lagen bij komen. Bijvoorbeeld wanneer je vaak hebt ervaren dat anderen je reacties niet begrijpen, je te letterlijk vinden, je enthousiasme te veel vinden of juist denken dat je ongeïnteresseerd bent omdat je weinig zegt. Als zulke ervaringen zich opstapelen, kun je steeds bewuster worden van het verschil tussen hoe jij iets ervaart en hoe anderen jouw gedrag interpreteren.

Je kunt daardoor in gezelschap voortdurend bezig zijn met contact maken en je tegelijkertijd nauwelijks verbonden voelen.


Erbij zijn, maar je niet onderdeel voelen

Misschien herken je het gevoel van ergens aanwezig zijn en toch aan de rand staan.

Je zit bijvoorbeeld met een groep mensen aan tafel. Iedereen praat door elkaar, onderwerpen volgen elkaar snel op en tussendoor worden grapjes gemaakt waarvan iedereen meteen lijkt te begrijpen wanneer ze moeten lachen. Jij probeert het gesprek te volgen, zoekt naar een geschikt moment om iets te zeggen en hebt tegen de tijd dat je dat moment gevonden hebt alweer drie nieuwe onderwerpen gemist.

Of je bent op een verjaardag en merkt dat de gesprekken vooral bestaan uit korte uitwisselingen. Werk, vakantie, kinderen, het weer, iemand die een nieuwe keuken heeft gekocht. Daar is op zichzelf niets mis mee, maar misschien merk jij dat je juist behoefte hebt aan een gesprek waarin je ergens wat dieper op in kunt gaan. Je bent omringd door mensen, maar vindt nergens echt een ingang.

Dat betekent niet dat neurodivergente mensen geen smalltalk kunnen voeren of allemaal alleen maar diepgaande gesprekken willen. Ook hierin verschillen mensen enorm. Het gaat om het gevoel dat de manier waarop sociaal contact om je heen plaatsvindt niet altijd aansluit bij de manier waarop jij verbinding ervaart.

Dat verschil kan klein lijken, maar wanneer je het vaak ervaart kan het een behoorlijk gevoel van afstand geven.


Wanneer je je steeds verkeerd begrepen voelt

Eenzaamheid kan ook ontstaan wanneer je regelmatig merkt dat je intenties anders worden geïnterpreteerd dan je ze bedoelt.

Misschien probeer je duidelijk te zijn en vindt iemand je bot. Je stelt veel vragen omdat je iets goed wilt begrijpen en iemand denkt dat je kritisch bent. Je reageert niet meteen op een emotioneel verhaal omdat je tijd nodig hebt om te verwerken wat iemand vertelt en je wordt gezien als ongeïnteresseerd. Of je deelt enthousiast een vergelijkbare ervaring omdat je wilt laten merken dat je iemand begrijpt, terwijl de ander het ervaart alsof je het gesprek naar jezelf toe trekt.

Wanneer dat een enkele keer gebeurt, kun je het meestal uitleggen. Maar als je regelmatig het gevoel hebt dat jouw bedoelingen niet overeenkomen met wat anderen in jouw gedrag lezen, kan dat iets met je doen.

Je kunt voorzichtiger worden. Meer nadenken voordat je iets zegt. Gesprekken achteraf analyseren. Je afvragen of je te veel hebt verteld, te weinig hebt gevraagd of iets verkeerd hebt geformuleerd. Misschien ga je jezelf steeds meer aanpassen om misverstanden te voorkomen.

En dan kan sociaal contact iets paradoxaals krijgen. Je doet steeds harder je best om aansluiting te vinden, maar voelt je juist steeds minder gezien.


Als mensen vooral de aangepaste versie van jou kennen

Maskeren kan daarbij een rol spelen. Niet voor iedere neurodivergente persoon en ook niet altijd bewust, maar voor sommige mensen wordt aanpassen in de loop van hun leven bijna automatisch.

Je leert bijvoorbeeld wanneer je oogcontact hoort te maken, wanneer je moet lachen, welke onderwerpen geschikt zijn om over te praten of hoe lang je ergens enthousiast over kunt vertellen voordat je jezelf beter kunt afremmen. Misschien leer je om bepaalde bewegingen te onderdrukken, niet te zeggen dat een geluid je gek maakt of toch naar een sociale afspraak te gaan terwijl je eigenlijk al over je grens heen bent.

Dat kan helpen om sociaal mee te komen. Tegelijkertijd kan er een pijnlijke vraag onder zitten: als mensen deze versie van mij leuk vinden, zouden ze mij dan ook leuk vinden als ik me minder aanpas?

Dat is een andere vorm van eenzaamheid dan niemand hebben om mee te praten. Je hebt contact, maar twijfelt hoeveel ruimte er binnen dat contact werkelijk voor jou is.

Het ingewikkelde is dat maskeren lang niet altijd iets is wat je bewust besluit te doen. Soms merk je pas achteraf hoeveel je jezelf hebt aangepast. Je komt thuis, bent volledig uitgeput en hebt tijd nodig voordat je überhaupt weer voelt wat je zelf nodig hebt.


Contact willen en er tegelijkertijd te moe voor zijn

Er bestaat nog een andere tegenstelling die eenzaamheid ingewikkeld kan maken. Je kunt behoefte hebben aan verbinding en tegelijkertijd niet genoeg energie hebben voor sociaal contact.

Misschien mis je iemand, maar zie je op tegen afspreken. Je bent blij wanneer een vriend een bericht stuurt, maar hebt geen ruimte in je hoofd om een antwoord te formuleren. Je zou graag vaker ergens naartoe gaan, maar weet dat je daarna een dag nodig hebt om bij te komen. Of je zegt een afspraak af omdat je overprikkeld bent en voelt je diezelfde avond eenzaam omdat je alleen thuis zit.

Van buitenaf kan dat moeilijk te begrijpen zijn. Als je eenzaam bent, waarom zoek je dan niet vaker mensen op?

Omdat behoefte hebben aan contact niet betekent dat je altijd de capaciteit hebt om dat contact aan te gaan. Sociale interactie kan fijn en waardevol zijn en tegelijkertijd veel verwerking, aandacht en energie vragen. Die twee dingen sluiten elkaar niet uit.

Dat kan ook voor jezelf frustrerend zijn. Je weet wat je mist, maar de meest voor de hand liggende oplossing, meer sociale contacten, is niet automatisch haalbaar of zelfs wenselijk.

Soms is de behoefte niet aan méér contact, maar aan contact dat minder energie kost.


Alleen zijn kan juist prettig zijn

Daarom is het belangrijk om alleen zijn niet automatisch gelijk te stellen aan eenzaamheid. Voor sommige mensen is tijd alleen juist noodzakelijk om te herstellen.

Alleen thuis zijn betekent misschien dat je geen gesprekken hoeft te volgen, geen gezichtsuitdrukkingen hoeft te interpreteren en niet hoeft na te denken over wanneer je iets moet zeggen. Je bepaalt zelf hoeveel geluid er is, wat je doet en wanneer je ergens mee stopt. Na een drukke dag kan dat precies zijn wat je nodig hebt.

Je kunt dus een hele dag alleen zijn zonder je eenzaam te voelen en je tijdens twee uur op een druk feest ontzettend eenzaam voelen.

Het verschil zit in verbinding.

Alleen zijn is een situatie. Eenzaamheid is een gevoel. Die twee kunnen samengaan, maar dat hoeft niet.


De opluchting van herkenning

Sommige neurodivergente mensen merken dat contact met andere neurodivergente mensen anders kan voelen. Niet omdat neurodivergente mensen elkaar automatisch begrijpen. Autistische mensen kunnen onderling enorm verschillen en hetzelfde geldt voor mensen met ADHD of andere vormen van neurodivergentie.

Toch kan gedeelde herkenning iets veranderen.

Soms is het fijn wanneer je een ervaring niet eerst volledig hoeft uit te leggen. Wanneer je zegt dat een gezellige middag ontzettend leuk was én dat je daarna uren niemand meer wilde spreken, en iemand begrijpt dat die twee dingen prima naast elkaar kunnen bestaan. Of wanneer je vertelt dat je al drie dagen van plan bent een bericht te beantwoorden en de ander niet automatisch concludeert dat je geen interesse hebt.

Dat soort momenten kunnen klein zijn, maar veel betekenen. Niet omdat iemand precies hetzelfde moet ervaren, maar omdat er ruimte is voor jouw ervaring zonder dat die meteen gecorrigeerd of verklaard hoeft te worden.

Het gevoel begrepen te worden kan soms waardevoller zijn dan hoeveel mensen je daadwerkelijk spreekt.


Verbinding hoeft er niet op één manier uit te zien

We hebben behoorlijk vaste ideeën over hoe een sociaal leven eruit hoort te zien. Vrienden regelmatig zien, verjaardagen bezoeken, spontaan afspreken, bellen, samen uit eten gaan en actief contact onderhouden. Wanneer je dat weinig doet, kan al snel het idee ontstaan dat je sociale leven tekortschiet.

Maar verbinding kan veel verschillende vormen hebben.

Misschien zie je iemand maar eens per maand en voelt dat contact iedere keer vertrouwd. Misschien bestaat een vriendschap grotendeels uit berichten sturen wanneer daar ruimte voor is. Misschien vind je het prettiger om samen iets te doen dan tegenover elkaar te zitten en te praten. Misschien heb je liever twee mensen bij wie je volledig jezelf kunt zijn dan twintig contacten die vooral energie kosten.

Er bestaat geen minimumaantal vrienden dat nodig is voor een goed sociaal leven. Meer contact is niet automatisch betere verbinding.

De vraag is eerder of de contacten die je hebt iets bieden waar jij behoefte aan hebt.


Soms blijft er toch een stukje eenzaamheid

Ook wanneer je fijne mensen om je heen hebt, kan eenzaamheid soms blijven bestaan. Niet iedere ervaring kan volledig worden gedeeld en zelfs iemand die ontzettend zijn best doet om je te begrijpen kan nooit precies ervaren hoe het is om in jouw hoofd te zitten.

Dat hoeft niet te betekenen dat een relatie tekortschiet. Volledig begrepen worden door een ander is misschien ook geen realistische verwachting. We blijven uiteindelijk verschillende mensen met verschillende ervaringen.

Wat wel verschil kan maken, is het gevoel dat je niet voortdurend hoeft te bewijzen dat jouw ervaring echt is. Dat iemand misschien niet precies begrijpt waarom iets zoveel energie kost, maar wel accepteert dát het zoveel energie kost. Dat je kunt aangeven dat je iets anders ervaart zonder dat iemand meteen probeert uit te leggen waarom je het verkeerd ziet.

Soms zit verbinding niet in volledig begrijpen, maar in serieus genomen worden.

En misschien is dat ook waarom eenzaamheid zo lastig zichtbaar is. Je kunt aan de buitenkant niet zien hoeveel mensen iemand werkelijk om zich heen heeft, maar al helemaal niet hoe verbonden iemand zich met die mensen voelt.

Iemand kan alleen aan een tafel zitten en zich prima voelen. Iemand anders kan midden in een volle kamer staan en zich volledig alleen voelen.


Een vraag aan jou

Wanneer voel jij je werkelijk verbonden met iemand? Zit dat voor jou in veel contact, of juist in het gevoel dat je bij iemand minder hoeft uit te leggen en jezelf minder hoeft aan te passen?

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven