Onlangs volgde ik opnieuw een webinar over prikkelverwerking. Niet omdat het onderwerp nieuw voor me was. Integendeel. Ik schrijf, lees en praat er regelmatig over. Juist daarom wilde ik nog eens luisteren. Soms hoor je iets een tweede keer en valt er ineens een ander puzzelstukje op zijn plek. Dat gebeurde deze keer ook.
Veel van wat er verteld werd kende ik al. De verschillende zintuigen. Overprikkeling. Het belang van herstel. De invloed van licht, geluid, geur en andere prikkels op ons dagelijks functioneren. Dat zijn onderwerpen waar ik me al langer in verdiep en waar ik ook regelmatig over schrijf. Toch bleef ik na afloop vooral nadenken over iets anders.
Mijn eigen signaleringsplan gaat vooral over oplopende spanning. Wat merk ik als het te veel wordt? Hoe herken ik dat ik richting mijn grens ga? Wat helpt mij om weer tot rust te komen? Dat zijn belangrijke vragen. Ze hebben me geholpen om signalen eerder op te merken en beter voor mezelf te zorgen. Maar terwijl ik luisterde, realiseerde ik me dat mijn signaleringsplan eigenlijk vooral gericht is op één kant van het verhaal. Op wat er gebeurt als er te veel binnenkomt.
Niet op wat er gebeurt als er te weinig binnenkomt.
Onderprikkeling krijgt veel minder aandacht
Wanneer we praten over prikkels, gaat het bijna altijd over overprikkeling. Dat is logisch. Veel neurodivergente mensen weten hoe het voelt als alles te veel wordt. Het volle hoofd. De uitputting. Het gevoel dat zelfs kleine dingen ineens enorm veel energie kosten. Onderprikkeling krijgt veel minder aandacht. Misschien ook omdat het minder zichtbaar is.
Als iemand overprikkeld raakt, valt dat vaak op. Iemand trekt zich terug, raakt geëmotioneerd, wordt prikkelbaar of loopt vast. Maar onderprikkeling ziet er lang niet altijd uit als verveling, terwijl dat vaak wel het eerste is waar mensen aan denken. Voor mij was dat een interessant inzicht.
Onderprikkeling kan zich namelijk op heel andere manieren laten zien. In eindeloos scrollen zonder dat het iets oplevert. In steeds opnieuw op zoek gaan naar iets nieuws. In uitstelgedrag. In onrust. In overal aan beginnen en niets afmaken. In het gevoel dat er iets ontbreekt, zonder dat je precies weet wat. Soms voelt onderprikkeling zelfs als vermoeidheid. En juist dat maakt het ingewikkeld.
Want als ik moe ben, is mijn eerste gedachte meestal dat ik rust nodig heb. Maar wat als die moeheid niet ontstaat doordat er te veel is geweest? Wat als mijn brein juist te weinig krijgt van wat het nodig heeft? Te weinig uitdaging. Te weinig afwisseling. Te weinig creativiteit. Te weinig dingen waar ik oprecht enthousiast van word.
Dan lost extra rust het probleem niet op.
Wat als je de signalen niet voelt?
Een tweede inzicht dat bleef hangen, ging over iets waar ik al vaker tegenaan ben gelopen. Veel adviezen gaan uit van hetzelfde principe: luister naar je lichaam. Dat klinkt logisch. Alleen gaat het ervan uit dat je lichaam de signalen duidelijk doorgeeft. Maar wat als dat niet altijd gebeurt?
Wat als je pas merkt dat je moe bent wanneer je eigenlijk al te ver bent gegaan? Wat als je pas ontdekt dat je honger hebt wanneer je begint te trillen? Wat als je pas doorhebt dat iets te veel was toen je al volledig vastgelopen bent?
Voor veel neurodivergente mensen zijn die signalen niet afwezig. Ze komen alleen minder duidelijk binnen. Soms zachter. Soms later. Soms pas wanneer het probleem al veel groter is geworden. Dat maakt het lastig om op tijd bij te sturen.
Want hoe luister je naar signalen die je nauwelijks hoort?
Misschien gaat een signaleringsplan niet alleen over herkennen
Dat was misschien wel de gedachte die ik uiteindelijk meenam uit het webinar. Misschien is een signaleringsplan niet alleen bedoeld om signalen te herkennen. Misschien is het soms ook bedoeld om signalen actief te controleren. Niet alleen vragen hoe ik me voel. Maar ook stilstaan bij vragen als:
- Wanneer heb ik voor het laatst gegeten?
- Heb ik vandaag genoeg gedronken?
- Heb ik voldoende bewogen?
- Wanneer had ik voor het laatst een herstelmoment?
- Hoeveel afspraken heb ik deze week gehad?
- Heb ik vandaag iets gedaan waar ik energie van krijg?
- Heb ik het warm of heb ik het koud?
Dat zijn vragen die niet altijd gaan over voelen. Soms gaan ze juist over bewust controleren wat mijn lichaam of brein misschien niet vanzelf aan mij vertelt.
En misschien hoort daar nog een vraag bij die ik mezelf vaker wil stellen:
Ben ik eigenlijk overprikkeld? Of ben ik juist onderprikkeld?
Ik denk dat daar voor mij nog veel winst te behalen valt.







Jemig hier krijg ik kortsluiting van. Wat een overweldigende hoeveelheid inzichten deel je hier weer.
Hoe moet ik dit een plekje geven?
Moet ik dit een plekje geven?
Waar begin ik.
Ik raak hier dus overprikkeld van.
Dus effe geen onderprikkeling.
Zucht….
Ik kan heel lang doorgaan als ik in mijn dagelijkse routine blijf zitten. Maar wat als die routine moet wijken voor veranderde omstandigheden. Dan blijkt pas hoe inflexibel ik ben en hoe ik doorgedenderd heb. Meestal blijkt dan dat ik puur in de overlevingsmodus zat.
Wat onze waarneming van onze eigen signalen betreft is het zo dat we vaak zo lang doorgaan dat we vastlopen in fysieke (de vierde laag) signalen, omdat die het duidelijkst zijn. Terwijl we daarvoor onze energetische (de eerste laag), mentale (de tweede laag) en emotionele (de derde laag) signalen al gemist hebben.
Bij onderprikkeling loop ik met mijn ziel onder mijn arm, ben ik de weg kwijt en weet ik niet meer waarheen ik wil. Ook daar is een pas op de plaats om mij op mijzelf af te stemmen meestal het beste wat mij hieruit kan helpen. En soms wordt mij ook wel eens iets van buiten aangereikt (bij mij is dit vaak een boek) dat mij op een inspirerend idee brengt. En soms ga gewoon maar wat proberen.
Hoe beter ik mijzelf heb leren kennen en mijn grenzen erken, hoe beter ik mijzelf kan navigeren. En soms is er toch een ijsschots die ik over het hoofd gezien heb. En dan zink ik even weg om daarna weer opnieuw te beginnen.
Ook een hoop dingen hier die ik herken! Overprikkeling merk ik soms te laat op. Als ik teveel cognitieve prikkels binnen krijg en er behoorlijk aan me getrokken wordt. Dan heb ik moeite met prioriteiten zetten en weet niet waar ik moet beginnen. Sinds de lockdown ben ik langzaam aan het vastlopen geweest en steeds sneller verveeld geraakt (bore-out) door het vele thuiszitten. Ik heb vaker van die periodes gehad. Dan krijg ik wel eens goed bedoelde tips “dat zou je kunnen doen of dit” en als dit niet is gebeurt dan wordt er wel eens gedacht dat ik het niet wil. Maar ik kan me er dan niet toe zetten omdat mijn hoofd niet mee werkt. Daarom heb ik ook hulp om verder te komen.