Wanneer de toon verandert

Soms voel ik het ineens.
Die omslag.
De sfeer die zakt.
Een klein verschil in toon, een net te lange stilte. Iets onuitgesprokens dat in de lucht hangt. En ineens zit het overal in mijn lijf.

Mijn hartslag versnelt. Mijn gedachten schieten alle kanten op. Wat heb ik fout gedaan? Wat heb ik gemist? Waarom voelt het ineens alsof ik niet meer veilig ben?

Het zijn zulke kleine dingen. Een andere blik. Een kort antwoord. Geen reactie terwijl ik er wel één verwachtte.
En in mijn hoofd gebeurt meteen van alles.
“Ze zijn boos.”
“Ze vinden me lastig.”
“Ze gaan weg.”

Ik weet heus dat het niet altijd klopt. Maar mijn lijf trekt zich daar niets van aan.
Want dit gevoel is oud.
Gevormd in jaren waarin ik leerde dat emoties onhandig waren. Lastig. Te veel.
Niet omdat iemand me dat met zoveel woorden zei, maar omdat ik het overal tussen de regels door voelde.

Ik weet nog hoe snel ik vroeger mijn woorden inslikte.
Niet omdat iemand het me verbood, maar omdat ik al jong begreep dat sommige gevoelens niet welkom waren.
Eén blik kon genoeg zijn. Een verstijfde kaak. Een zucht. Een korte pauze die niets zei, maar alles betekende.
En dan wist ik: nu moet ik stoppen.

De boodschap kwam nooit met geweld, maar wel met overtuiging.
Doe normaal. Niet zo overdrijven. Stel je niet aan.
Of erger nog: helemaal niks. Gewoon doorgaan alsof ik er niet was.
En dus werd ik stil.
Leerde ik scannen, pleasen, dimmen.
Werd ik razend goed in het voelen van de sfeer in een kamer, en in het negeren van wat ik zelf nodig had.

Nu, jaren later, ben ik me daar bewust van.
Ik weet wat trauma doet.
Ik herken hoe verlatingsangst zich vastbijt in mijn systeem.
En ik weet ook wat RSD is, Rejection Sensitive Dysphoria, dat het vuurtje aanwakkert bij de minste twijfel.
Het is niet alleen angst voor afwijzing, het ís afwijzing. In mijn lijf. In mijn hoofd. In elke vezel.

Ik weet dat het vaak niet waar is. Dat die ander gewoon moe is, of afgeleid.
Ik weet dat stilte niet altijd gevaar betekent.
Maar weten is één ding.
Ernaar kunnen handelen is iets heel anders.

Want op het moment dat mijn hoofd overschakelt, trekt mijn hele systeem samen.
Mijn hart gaat tekeer, mijn spieren spannen aan, mijn gedachten draaien rondjes.
Ik denk dat ik kalm ben, maar mijn lichaam is al in paniek.
Alsof alles in mij fluistert: “Voorzichtig. Straks ben je weer alleen.”

En ja, dat is zwaar.
Zwaarder dan ik vaak laat merken.
Want ook dat heb ik geleerd: draag het stil. Niemand hoeft je te horen.

Maar ik ben het moe.
Ik wil het niet meer altijd stil dragen.

Gelukkig komt er hulp.
Ik ga binnenkort starten met traumabehandeling.
En nee, dat gaat het niet allemaal oplossen. Het gaat mijn geschiedenis niet wissen.
Dit is deel van mij. Dit is hoe ik geworden ben.
Maar ik hoop wél te leren hoe ik de controle stukje bij beetje terugpak.
Hoe ik voel wat er gebeurt, zonder er meteen in te verdwijnen.
Hoe ik een halt kan toeroepen als mijn hoofd en gevoel het stuur willen overnemen.
Hoe ik ruimte kan maken voor mezelf. Ook als het spannend wordt.

Soms lukt dat. Soms niet.
Maar elke keer dat ik het zie, is een stap.

Blijf op de hoogte

Ontvang een email zodra er een nieuwe blogpost online komt.

We spammen niet! Lees ons privacybeleid voor meer info.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven