Soms lijkt alles stil te staan.
Niet alsof de tijd stopt, maar alsof ík stilsta,
terwijl de wereld zonder mij doorgaat.
Ik kijk naar mijn bureau, naar de spullen die wachten.
Een D&D-project. Een labeltje. Een plan.
Dingen die normaal iets in mij aanwakkeren.
Nu blijven ze liggen. Net als ik.
Niet uit onwil, maar omdat iets in mij weigert.
Het is geen gewone moeheid.
Het is een traagheid die tot in mijn botten zit.
Alsof elke beweging een gevecht is.
Alsof mijn lijf zegt: laat me met rust.
En mijn hoofd zegt: je moet iets doen.
En ik zit ertussenin, vast.
Als ik dan tóch toe geef en in bed ga liggen,
is er geen rust.
Mijn hoofd blijft draaien.
Gedachten tuimelen over elkaar heen,
alsof ze allemaal nu iets willen zeggen.
Alsof rust een plek is waar ik niet mag komen.
En ergens tussen dat onvermogen en dat moeten bungel ik.
Tussen willen en niet kunnen.
Tussen een lijf dat weigert en een hoofd dat doordraait.
En het voelt alsof ik opnieuw ben teruggeschoten in overlevingsstand.
Ik weet dat dit niet zomaar uit de lucht komt vallen.
Ik kreeg net twee nieuwe diagnoses.
Weer nieuwe woorden voor oude pijn.
Woorden die nog niet voelen als van mij,
maar wel hard binnenkomen.
Zeker eentje: Persisterende Depressieve Stoornis.
Zwaar. Lang. Aanwezig.
Alsof er een grijze deken over alles ligt.
Niet zwart. Niet wit. Gewoon… dof.
Alles is trager. Alles is zwaarder.
En ondertussen draait de wereld door.
Er zijn zorgen. Dingen die spelen.
Veranderingen in mijn omgeving die me raken.
Een belangrijk telefoongesprek dat eraan komt.
Zoveel tegelijk, dat mijn systeem het opgeeft.
Zonder drama. Zonder tranen.
Gewoon: uit. Stil. Niets meer over.
En toch voel ik me schuldig.
Omdat ik het niet “goed” benut.
Omdat ik tijd heb, maar niets doe.
Omdat ik stilsta, terwijl alles beweegt.
Maar dit stilstaan ís bewegen.
Op een dieper niveau.
Op een plek waar herstellen begint.
Ik weet dat ik dit niet alleen meemaak.
Dat zie ik in de reacties op mijn verhaal.
Zoveel mensen herkenden zich.
Zoveel stemmen die zeiden: “Ik voel dit ook.”
En dat is waarom ik blijf schrijven.
Waarom ik dit opsla.
Niet alleen voor mezelf.
Maar voor iedereen die ook daar ligt,
tussen alles en niets.






