Er zijn dagen waarop ik alles voel.
En dagen waarop ik niets voel.
En het gekke is: ze lijken op elkaar.
In beide gevallen sta ik daar, in dezelfde kamer, met hetzelfde lijf, en denk ik: “Wat moet ik hiermee?”
Als ik alles voel, is het alsof mijn huid geen filter meer heeft. Een toon. Een blik. Een vaag ongemak in de lucht. Alles komt binnen als een storm zonder waarschuwing. Ik voel de spanning van anderen, nog voordat ze het zelf doorhebben. Mijn lijf maakt overuren. Mijn hoofd jaagt achter triggers aan en bouwt scenario’s alsof het leven ervan afhangt. En ergens weet ik: dit is niet nu. Dit is oud. Dit is overprikkeld, getraumatiseerd, moe. Maar dat maakt het niet zachter.
Als ik niets voel, is het alsof ik ingepakt ben in dik plastic. Afgedekt. Afgesneden. Ik hoor woorden, ik zie gezichten, maar het raakt me niet. Alsof er iets uitgeschakeld is. Alsof mijn lijf zichzelf op ‘stil’ heeft gezet. Niet omdat het me niets doet, maar omdat het me te veel doet. Alles is te veel geworden. Dus sluit het af. Alles wordt afgevlakt, monotoon. Mensen vragen of het goed met me gaat, en ik weet niet wat ik moet zeggen. Want nee, het gaat niet goed. Maar ook niet echt slecht. Het gaat gewoon. Of beter gezegd: ik ga. Op automatische piloot.
En ergens tussen dat alles en niets bungel ik.
Half aanwezig. Half op.
Altijd aan het scannen:
Ben ik te veel? Doe ik genoeg? Moet ik iets zeggen? Kan ik het maken om te zwijgen?
Ik raak verdwaald in mijn eigen hoofd.
Mijn lijf voelt zwaar, alsof elke beweging door stroop gaat.
Het opstaan, douchen, reageren op een bericht… het zijn geen kleine handelingen meer. Het zijn bergen. En elke berg vraagt lepels die ik niet meer heb.
Soms lukt het me om te beredeneren wat er gebeurt.
Ik ken de patronen. Ik zie waar mijn triggers vandaan komen. Ik weet dat dit niet mijn schuld is.
Maar beredeneren is niet hetzelfde als voelen. Het verandert niks aan die leegte, of juist die overdaad, in mij.
En dan is er de wereld om me heen. Die draait door.
Mensen verwachten reactie, aanwezigheid, wederkerigheid. En ik voel de druk, de schuld, het stemmetje dat zegt: “Kom op. Doe normaal. Mensen hebben ook hun eigen dingen. Je moet ook gewoon een beetje meedoen.”
Maar dat lukt niet. Niet als ik in dit dal zit.
Niet als mijn hele systeem vastloopt.
Niet als ik moet kiezen tussen ademen en functioneren.
En toch… voel ik tegelijkertijd dat ik weer te veel rekening hou met anderen.
Ik zie hun kwetsbaarheid, hun angsten, hun triggers, vooral bij de mensen die ik het meest liefheb.
En dan wil ik zorgen. Verzachten. Pleasen.
Want als ik niks doe, en zij voelen zich afgewezen, dan zegt dat oude stuk in mij: “Dat is jouw schuld. Jij had beter moeten weten.”
Maar dat is een valkuil.
Een oud script dat mij altijd de verantwoordelijkheid gaf voor andermans gevoelens.
En ik wil daaruit. Ik wil stoppen met mezelf verstoppen voor de vrede.
Maar het lukt me nog niet altijd.
Soms voelt het alsof ik altijd harder heb moeten werken dan anderen.
Alsof ik twintig stappen extra moet zetten om op dezelfde plek te komen.
En als ik dan stop, als ik niet meer kan, dan voel ik me zwak. Terwijl ik diep vanbinnen wéét:
Ik ben niet zwak.
Ik ben moe.
Mijn lijf is moe. Mijn hoofd. Mijn hart. Alles.
En dit dal, dit zwarte gat waarin ik nu zit, het is geen teken dat ik faal.
Het is een teken dat mijn systeem op de rem trapt.
Dat ik uitgeput ben van het constant schakelen tussen voelen en overleven.
Ik weet dat ik hier niet voor altijd blijf.
Maar ik weet ook dat het niet vanzelf overwaait.
Ik weet dat ik nu ruimte nodig heb. Geen advies. Geen oplossingen. Geen vragen als: “Kun je niet gewoon even wat leuks doen?”
Ik weet het allemaal. En toch lukt het niet.
Dus dit is waar ik nu ben:
In het niets en in het alles.
In het donker, maar niet weg.
In stilte, maar niet zonder betekenis.
En misschien is dit nu genoeg:
Ik ben hier. Het is zwaar. En ik besta nog.







Lieve Nanda, deze voel ik heel erg. Zoveel herkenning en ik voel ook erkenning.
De oude stukken, de oude pijn maar ook pijn van hier en nu. Die strijd in jezelf, zo zwaar…
Het heen en weer van jezelf naar de ander… zo vermoeiend.
Zo herkenbaar, het gebeurd en laat je met schuldgevoel volledig stilvallen en toch wil je door, niet omdat je wil maar omdat de omgeving het verwacht. Die alles verterende inactiviteit die maar niet schijnt te verdwijnen terwijl je jezelf kwalijk neemt dat het je toch maar niet lukt.