Morgen heb ik een belangrijk telefoongesprek.
Een kans en adviesgesprek over de urgentie.
Zo’n gesprek waarvan je weet dat het gevolgen kan hebben. Voor je leven. Je toekomst.
En het is telefonisch.
Tuurlijk.
Want waarom zou je iemand die moeite heeft met communiceren, met onzekerheid, met prikkels en plotseling schakelen… laten communiceren via de moeilijkste vorm die er is?
Gelukkig is mijn ambulant begeleider erbij.
Anders had ik waarschijnlijk overwogen om gewoon niet op te nemen.
Ik weet dat het voor veel mensen praktisch is. Snel iets regelen. Even kort overleggen.
Maar voor mij is bellen nooit zomaar praktisch geweest. Zelfs niet toen ik jarenlang geld verdiende met… jawel: telefonisch werk.
Klantenservice. Helpdesk. Acht uur per dag bellen met vreemden.
En ergens is dat bijna komisch, want als ik er nu aan terugdenk, vraag ik me oprecht af: hoe dan?!
Misschien was het masker toen nog sterk genoeg.
Misschien werkte het omdat ik vaak een script had, een handleiding.
“Welkom bij [bedrijf], waarmee kan ik u helpen?”
Dat soort zinnen redde me door de dag.
Maar zodra het niet meer werk-gerelateerd was, of ik niet wist wat iemand ging vragen, ik geen voorspelbare structuur had, geen functie of houvast…
werd bellen iets waar ik compleet op vastliep.
Wat maakt bellen zo ingewikkeld? Het is niet één ding. Het is een cocktail van triggers:
- De telefoon kan elk moment afgaan. BAM. Overlevingsstand.
- Ik moet ineens schakelen van “in mijn hoofd” naar “sociaal”.
- Er zijn geen gezichtsuitdrukkingen of lichaamstaal.
- Ik hoor álles, inclusief elk storend achtergrondgeluid.
- Ik weet niet of ik mensen onderbreek, of wanneer ik moet stoppen.
- Ik heb geen idee hoe ik overkom.
- En ik voel me dom als ik de helft vergeet omdat ik gespannen ben.
En dan komt daar morgen nog iets bovenop: het belang.
Want dit gesprek gaat niet over een verkeerd product of een internetstoring.
Het gaat over mijn situatie. Mijn leven. Mijn thuissituatie.
En ik weet niet wát ze gaan vragen, of ik het goed genoeg uitleg.
De onzekerheid slokt me op.
Wat me helpt, is dat ik er niet alleen voor sta.
Mijn ambulant begeleider is erbij.
Die kan invallen, aanvullen, samenvatten.
En dat is een enorme steun.
Maar ik blijf het gek vinden dat zulke belangrijke gesprekken via een kanaal gevoerd worden dat zóveel mensen als onveilig ervaren.
Voor mij voelt het alsof ik een brug over moet, maar niet weet of hij stevig is, of waar de touwen zitten.
En ondertussen word ik geacht stevig te praten en “gewoon even te bellen”.
Dus ik heb manieren gezocht om het tóch te kunnen doen, op mijn eigen voorwaarden. Wat voor mij werkt als bellen echt niet te vermijden is…
- Liever appen of mailen, zodat ik tijd heb om mijn woorden te vinden, terug kan lezen wat er gezegd is, en niet overvallen word.
- Als bellen echt moet, helpt het als ik weet wanneer. Een afgesproken moment, waarop ik me kan voorbereiden.
- Ik schrijf van tevoren op wat ik wil zeggen of vragen, zodat ik niet halverwege blokkeer en alles vergeet.
- Tijdens het gesprek maak ik aantekeningen of vraag ik of ik iets mag herhalen.
- En het allerbelangrijkste: ik plan erna tijd in om bij te komen. Herstellen. Want ja, één telefoontje kan me volledig leegzuigen.
Ik zeg tegenwoordig ook eerlijk dat bellen lastig is. En dat ik liever een alternatief kies. Niet iedereen snapt dat, en dat is oké. Maar ik hoef het niet meer te doen op de manier die anderen van me verwachten.
Misschien heb jij ook zo’n stem in je hoofd die zegt: Kom op, het is maar een telefoontje.
Of voel je je schuldig omdat je iemand laat weten: “Liever via mail of app.”
Misschien duw je jezelf er toch steeds doorheen, omdat het moet.
Weet dan: je bent niet alleen. En je bent niet zwak.
Het is oké als telefoneren voor jou voelt als topsport.
Het is oké als je je daarop voorbereidt alsof het een sollicitatiegesprek is.
Het is oké om het níet oké te vinden.
Morgen bel ik. En ik hoop dat ik gehoord word. Ook al voelt het alsof ik mezelf op mute moet zetten om niet te verdrinken in ruis.
Maar ik doe het.
Tussen alles en niets.
Tussen overleven en hopen.
Tussen angst en een klein beetje vertrouwen.







Heel herkenbaar. Buiten het werk vind ik telefoneren inderdaad ook erg lastig. Dat komt vooral omdat ik inderdaad niet alleen aan de stem kan interpreteren wat mensen bedoelen. De spanning loopt inderdaad zo ver op dat ik de helft van het gesprek vergeet. Soms is het mogelijk om gemaakte afspraken via bijv. mail opgestuurd te krijgen, maar dat lukt zeker niet altijd.
De meeste mensen in mijn directe omgeving weten dat ik liever app. Al zijn getypte zinnen ook niet altijd duidelijk. Maar dan vraag ik om verduidelijking of laat ik een antwoord even wachten.
Met een goede vriendin heb ik een afspraak. Zij verteld graag haar verhaal en ik type graag, dus zij spreekt haar verhaal in op Whatsapp en ik kan dat dan met koptelefoon afluisteren, pauzeren, terugluisteren. En daarna speel ik het verhaal weer af en daar waar ik op wil antwoorden type ik dit (voor haar met een korte verwijzing naar het onderwerp dat zij aangehaald had).
Voor mij werkt dit heel erg fijn omdat ik onder voor mij ideale omstandigheden toch kan “kletsen”.