Labeltjes en rust: waarom een diagnose soms juist helpt

Vandaag had ik mijn adviesgesprek bij de psycholoog. Een moment waar ik best een beetje tegenop had gezien, maar waar ik nu vooral met een gevoel van rust op terugkijk. Er zijn twee nieuwe diagnoses bijgekomen: persisterende depressieve stoornis (voorheen bekend als dysthymie) en een vermijdende persoonlijkheidsstoornis. En vreemd genoeg… voelde dat niet als iets zwaars. Eerder als iets wat op z’n plek viel.

Ik weet dat veel mensen moeite hebben met diagnoses, met “labeltjes”. Dat het voelt alsof je in een hokje wordt gestopt, alsof je identiteit wordt samengevat in een paar klinische termen. Maar ik merk bij mezelf iets anders. Iets dat bijna bevrijdend voelt. Want voor mij betekenen die woorden geen beperking, maar erkenning.


Waarom labeltjes mij geen angst meer aanjagen
Als je je hele leven hebt geprobeerd te begrijpen waarom je anders reageert, waarom dingen je sneller uitputten, waarom je altijd nét naast de stroom lijkt te zwemmen… dan zijn woorden als deze geen stempel. Ze zijn richtingaanwijzers. Wegwijzers. Ze zeggen: “Dit is niet jouw schuld. Dit heeft een naam. En het is echt.”

Het is niet dat ik er “blij” mee ben, alsof ik een cadeautje heb gekregen. Maar ik voel wél opluchting. Omdat er iets tastbaars is. Iets waarmee we nu gericht verder kunnen.


Erkenning die van buiten komt – omdat je die van binnen al zo lang mist
Wat me misschien het meest raakt, is dat deze erkenning niet komt van de mensen van wie ik het het liefste had willen horen. Niet van degenen die erbij waren, of die een rol speelden in het ontstaan van al die littekens. Maar juist van mensen van buitenaf, die professioneel kijken, luisteren, afwegen. En dan zeggen: “Je hebt gelijk. Er is echt iets. Je hebt veel meegemaakt. En het heeft gevolgen gehad.”

En dat doet meer dan ik had verwacht. Want ook al wist ik het ergens wel, ook al hoorde ik het van ambulant begeleiders of mensen die dichtbij me stonden… een deel van mij twijfelde nog steeds. Was ik niet gewoon te gevoelig? Zag ik spoken? Had ik het niet erger gemaakt dan het was?

Maar als een psycholoog, iemand die niks van mij hoeft behalve mijn waarheid, zegt dat het klopt, dan landt het ineens dieper. Dan is het niet langer alleen mijn gevoel. Dan is het een feit.

De depressie die ik al kende, maar nooit herkende
De term persisterende depressieve stoornis gaf me een klein schokje. Niet omdat het als een verrassing kwam, maar juist omdat ik dacht: “Oh… dus dat is wat dit is.”

Ik heb het namelijk al zolang ik me kan herinneren. Die lange periodes waarin ik me vlak voel. Somber, maar niet hysterisch verdrietig. Gewoon… leeg. Alsof de kleuren doffer zijn, de geluiden vlakker, de dingen die normaal rust geven alleen maar ruis maken. Tekenen, lezen, gamen, dingen waar ik normaal in opga, voelen dan zinloos. Ik eet omdat het moet, niet omdat ik honger heb of ergens van geniet. Alsof mijn lijf en hoofd in spaarstand staan, maar de batterij tóch niet oplaadt.

Het gekke is dat ik er op een bepaalde manier aan gewend ben geraakt. Het is mijn normale geworden. Maar juist dát maakt het zo verraderlijk. Want als iets altijd zo is geweest, ga je denken dat het gewoon bij je hoort. Dat jij nu eenmaal zo bent. Maar nu weet ik: nee, dit is geen karaktertrek. Dit is een symptoom. Een patroon dat te begrijpen is, en waar dus ook mee te werken valt.

Wat deze diagnoses mij echt brengen
Wat ik nu voel, is vooral rust. Geen rust als in: “nu is alles opgelost”, maar rust als in: ik hoef het niet meer alleen te dragen. Er is nu iets van richting. Een plan. Iets waar we aan kunnen werken. En misschien nog wel belangrijker: ik hoef mezelf niet meer te overtuigen dat het ‘echt’ is. Die strijd, dat innerlijke gevecht, wordt stil.

Dat betekent niet dat het makkelijk is. Maar het betekent wel dat ik nu erken wat er speelt, zonder me schuldig te voelen. Zonder mezelf kleiner te maken. En dát geeft ruimte.

Tot slot – een gedachte voor wie ook worstelt met ‘labeltjes’
Ik weet dat diagnoses eng kunnen zijn. Dat ze confronterend voelen, alsof je ineens wordt teruggebracht tot een rijtje symptomen. Maar voor mij voelen ze als het tegenovergestelde. Ze geven me niet mínder ruimte, maar méér. Omdat ze context bieden. Erkenning. En ja, ook hoop.

Want als je weet wat er speelt, kun je er iets mee. Niet alles oplossen misschien, maar wel beter begrijpen. En soms is dat precies wat je nodig hebt om verder te kunnen.

Dus nee, ik ben niet mijn labeltjes. Maar ze zijn wel een onderdeel van mijn verhaal. En vandaag heb ik besloten dat dat oké is.

4 gedachten over “Labeltjes en rust: waarom een diagnose soms juist helpt”

  1. Mooi geschreven. Ben hier nog erg zoekende. Heb sinds vorig jaar de diagnose ASS. Maar heb het idee dat er zeker ook meer speelt. Durf ook niet echt te vragen om verdere diagnostiek, omdat ik dan het gevoel heb een “labeltjes collector” te zijn of zo.

    In iedergeval bedankt voor deze Blog❤️

    1. Wat ontzettend mooi en moedig dat je dit deelt. En dat gevoel van “ik wil niet overkomen als een labeltjesverzamelaar”, dat herken ik zo. Alsof je jezelf eerst moet bewijzen dat het erg genoeg is, voordat je mag vragen om verder te kijken.

      Maar jouw gevoel is waardevol. Als jij merkt dat er misschien meer speelt, dan is dat het onderzoeken waard. Niet om labeltjes te verzamelen, maar om jezelf beter te begrijpen. Om te weten wat je nodig hebt.

      Ik hoop dat je op jouw tempo en in jouw tijd de ruimte vindt om die vragen wél te stellen. Dank je wel dat je de tijd nam om te reageren. En ik wens je veel zachtheid en duidelijkheid toe op jouw pad. ❤️

    2. Dit herken ik heel erg.. t niet verder durven vragen om onderzoek/diagnostiek. Maar wel gevoel hebben dat er meer is dan alleen autisme. Ik vind t lastig dit aan te kaarten bij mijn psycholoog. Hoe dan? En wat geef ik voor reden.

      1. Ik snap je heel goed — dat “hoe kaart ik dit aan?” gevoel is zó herkenbaar.

        Bij mij begon het ook niet met een lijstje symptomen of een kant-en-klare vraag. Ik liep vast in mijn verlatingsangst, en dat was de reden dat ik hulp ging zoeken. Omdat ik merkte dat ik mezelf steeds opnieuw kwijtraakte in het proberen de ander niet kwijt te raken.

        Tegen mijn psycholoog zei ik toen gewoon: “Ik heb het gevoel dat er meer speelt dan alleen autisme. Ik loop tegen dingen aan waarvan ik denk dat ze een groot deel uit trauma komen.” En dat was genoeg. Je hoeft niet alles precies te kunnen benoemen. Het feit dat je die twijfel voelt, is al reden genoeg om er samen naar te kijken.

        Je gevoel is waardevol. En het verdient ruimte. ❤️

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven