Vanavond lukte niets meer. Mijn hoofd zat vol. Mijn lijf was op. De stilte in huis voelde te luid. Mijn gedachten te druk.
Mijn dochter kwam ziek thuis met koorts. Mijn vriend had zijn eigen wereld, zijn eigen prikkels. En ik probeerde alles draaiende te houden.
Het begon met iets kleins. Ik wilde gewoon even afleiding, even weg uit mijn hoofd.
De Minecraft-server werkte niet. Ik logde opnieuw in, installeerde de modpack opnieuw, startte de pc opnieuw op. Niets hielp.
Mijn beste vriend probeerde te helpen, maar ik kon het niet meer verdragen. Ik was kortaf.
En toen brak het. Tranen, frustratie, leegte.
Het ging niet over dat spel.
Het ging over weken van teveel.
Te weinig rust, te weinig nabijheid, te veel moeten regelen.
Elke druppel die ik had ingeslikt kwam tegelijk naar boven.
Ik bestelde Chinees. Eigenlijk had ik daar geen budget voor. Maar ik had iets warms nodig. Een kom Chinese tomatensoep, zacht en zoet.
Niet gezond, niet verantwoord, maar precies wat mijn systeem vroeg: voorspelbaarheid, warmte, rust.
En dat is precies wat ik bedoel met zelfzorg.
Zelfzorg is niet het perfecte ritueel met kaarsjes en intenties.
Zelfzorg is de keuze om niet nog verder over je grens te gaan.
Het moment waarop je zegt: ik kan even niet meer, en dat mag.
We zijn zo gewend om te denken dat zelfzorg een taak is.
Douchen, gezond eten, sporten, opruimen.
Maar zelfzorg is niet wat er op je lijstje staat.
Zelfzorg is hoe je omgaat met het moment waarop niets op dat lijstje meer lukt.
Ik zeg het vaak: maak meerdere versies van een taak.
Als douchen niet lukt, dan is een washandje ook goed.
Als koken niet lukt, dan is een kom soep bestellen ook goed.
Als opruimen niet lukt, dan is alleen de tafel leegmaken ook goed.
Het hoeft niet perfect.
Het hoeft alleen maar zacht genoeg te zijn om door te kunnen gaan.
Zeker voor neurodivergente mensen is mildheid een leerproces.
We zijn grootgebracht met aanpassen.
Met maskeren, camoufleren, presteren.
Met het idee dat je pas goed genoeg bent als je voldoet aan wat de wereld verwacht.
Zelfzorg voelt dan snel als luiheid. Als falen.
Maar dat is het niet.
Het is herstel.
We dragen zoveel onzichtbare lagen van vermoeidheid, trauma, teleurstelling.
En toch vragen we van onszelf om door te blijven gaan, omdat dat is wat we altijd deden.
Tot je brein zegt: nu niet meer.
En dan mag je soep bestellen.
Dan mag je huilen.
Dan mag je stoppen met proberen productief te zijn.
Zelfzorg is geen luxe, het is erkenning.
Erkenning dat je mens bent.
Dat je niet altijd sterk hoeft te zijn.
Dat warmte en rust belangrijker zijn dan controle.
Vanavond is niets opgelost.
Mijn dochter is nog ziek.
Ik ben nog steeds moe.
Maar er staat een lege soepkom naast me.
En in die leegte zit even genoeg.
Reflectievraag :
Wat zou vandaag jouw versie van die soep zijn?
Wat is het kleine, zachte gebaar dat jouw systeem nu nodig heeft, en dat je jezelf zelden toestaat?







Mijn ‘soep’ is ‘dagbewaking’. Ik doe graag vrijwilligerswerk, maar ik heb niet de energie om de hele dag mensen te woord te staan en gezellig te zijn. Dus nu ben ik dagbewaker op een lokaal festival: ik neem om 8.00 de sleutels over van de security, dan zet ik koffie en ga twee uur lang afval prikken op het terrein. Dan spreek ik twee of drie hondeneigenaren (die ik inmiddels ken). Rond het middaguur komen er kunstenaars, die bied ik koffie aan en geef hen door ” komt straks als je iets belangrijks nodig hebt..”
Dan komt iemand van productie en zit mijn dienst erop.
Eigenlijk word ik dus betaald (niet veel, hoor) voor het bewaken van een veld zonder publiek. En dat is precies wat ik nu aankan. 👍