In deze reeks delen mensen met autisme en/of ADHD hun persoonlijke verhaal. Niet het gepolijste plaatje dat de buitenwereld vaak verwacht, maar de echte ervaringen — rauw, eerlijk en soms pijnlijk, maar altijd waardevol. We vertellen over zoeken en verdwalen, over maskeren en overleven, over momenten waarop we braken en momenten waarop we sterker terugkwamen dan ooit.
Iedere ervaring is uniek. Er is niet één manier om neurodivergent te zijn, net zomin als er één manier is om mens te zijn.Wat ons bindt, is het verlangen om gezien te worden zoals we werkelijk zijn, zonder voorwaarden, zonder uitlegplicht.
Deze verhalen zijn geen vraag om medelijden. Ze zijn een uitnodiging tot echt luisteren.
Mijn naam is Nanda. Ik ben moeder van twee dochters, oprichter van Neurodivers Denken, en ervaringsdeskundige op het gebied van autisme en ADHD. Pas op latere leeftijd ontdekte ik dat ik zelf ook neurodivergent ben. Mijn verhaal gaat over zoeken, overleven, maskeren – en uiteindelijk over thuiskomen in mezelf.
Mijn Verhaal
Wanneer en hoe kreeg je de diagnose autisme en/of ADHD?
Mijn weg naar een diagnose was niet recht of simpel. Als kind voelde ik al dat ik “anders” was. Ik begreep de sociale regels niet goed, raakte snel overweldigd door geluiden, licht, verwachtingen. Maar omdat ik me ogenschijnlijk goed kon aanpassen — vooral door extreem te maskeren — viel ik tussen wal en schip.
Het duurde tot ik volwassen was, moeder werd, en mijn eigen kinderen ook met autisme en ADHD werden gediagnosticeerd, voordat de puzzelstukjes ook voor mezelf begonnen te vallen.
Mijn eerste diagnose was ADHD. Dat verklaarde een hoop, maar er bleef iets knagen. Er was méér. De intensiteit van mijn gevoelens, mijn overprikkelbaarheid, mijn behoefte aan structuur en rechtvaardigheid — het klopte niet helemaal met alleen ADHD. Later volgde de diagnose autisme. En toen pas viel echt alles op zijn plek. Niet als stempel, maar als handleiding naar mezelf.
Hoe was je eerste reactie op de diagnose?
Ik voelde opluchting, ja. Maar die opluchting kwam hand in hand met een enorm verdriet. Opluchting omdat ik eindelijk wist: ik ben niet gek, niet zwak, niet lui. Mijn worstelingen waren niet mijn schuld. Maar het verdriet om het meisje dat ik ooit was — het meisje dat zo haar best deed om niet “lastig” te zijn, die haar emoties opsloot, die dacht dat haar gevoelens verkeerd waren — dat verdriet sneed diep.
Ik rouwde om alle keren dat ik mezelf tekort had gedaan, omdat ik dacht dat ik moest zijn zoals anderen. En ik voelde woede. Niet in de zin van haat, maar een rauwe boosheid over hoeveel pijn voorkomen had kunnen worden, als iemand maar eerder écht had gekeken.
Welke rol speelde maskeren en aanpassen in jouw leven vóór de diagnose?
Maskeren was geen strategie. Het was noodzaak om te overleven. Vanaf jong meisje leerde ik dat gevoelens tonen werd afgestraft met afwijzing. Dat “je best doen” betekende: jezelf volledig wegcijferen. Op school leerde ik me kleiner te maken, mijn ongemak weg te slikken. Thuis voelde ik de onuitgesproken druk om perfect te zijn, om niet tot last te zijn. Mijn verdriet, mijn paniek, mijn overprikkeling: het paste niet binnen wat “gewenst” was, dus ik drukte het weg.
Ik werd een meester in spiegelen, in aanpassen, in voorspellen wat anderen nodig hadden en dat leveren – koste wat het kost. En tegelijkertijd: ik verloor mezelf. Ik wist op een gegeven moment niet meer wie ik was zonder maskers. Ik kende alleen nog maar de rollen die ik speelde: de pleaser, de helper, het “brave meisje” dat stil leed.
Wat zijn voor jou de grootste uitdagingen sinds je de diagnose hebt?
De diagnose krijgen is één ding. Erop leren vertrouwen dat je mag zijn wie je bent, is een veel langere weg. Mijn grootste uitdaging is om oude patronen niet automatisch weer op te pakken. Ik voel nog steeds de neiging om mezelf te forceren, om door te gaan als ik voel dat ik overprikkeld raak, om “sterk” te zijn terwijl mijn hele lijf schreeuwt om pauze.
Ook het omgaan met verwachtingen van de maatschappij blijft lastig. De wereld is gebouwd voor mensen die sociaal soepel zijn, snel schakelen, prikkels kunnen filteren. En elke keer dat ik moet uitleggen waarom ik iets anders nodig heb, voel ik nog een restje schaamte. Alsof ik me moet verantwoorden voor mijn eigen bestaansrecht. Dat loslaten is een proces. Soms lukt het. Soms struikel ik alsnog.
Wat zijn juist kwaliteiten of positieve kanten die je hebt ontdekt bij jezelf?
Voorheen zag ik mezelf vooral als “te intens”, “te moeilijk”, “te ingewikkeld”. Nu zie ik mijn gevoeligheid als een kracht. Ik voel aan wat niet uitgesproken wordt. Ik zie details die anderen missen. Ik heb een diepe loyaliteit naar de mensen die ik toelaat in mijn leven.
Mijn creatieve geest — het vermogen om van losse stukjes nieuwe werelden te maken — is geen vlucht meer, maar een gave. En misschien nog wel het belangrijkste: mijn veerkracht. Elke keer als ik dacht dat ik brak, ben ik toch weer opgekrabbeld. Niet omdat ik geen pijn voelde, maar omdat ik ondanks die pijn bleef zoeken naar manieren om mezelf trouw te blijven.
Hoe heeft de diagnose je kijk op jezelf veranderd?
Voor mijn diagnose zag ik mezelf vooral als een optelsom van tekortkomingen. Nu zie ik iemand die haar hele leven tegen de stroom in heeft gezwommen zonder te weten waarom het water zo wild was. Ik kijk met mildere ogen naar mijn eigen worstelingen. Ik snap nu waarom ik soms zoveel moeite had met ogenschijnlijk simpele dingen. En ik voel een diep respect voor mijn eigen overlevingskracht, zelfs als de manieren waarop ik overleefde nu niet meer passen. De diagnose gaf me niet alleen een label; het gaf me toestemming om mezelf opnieuw te leren kennen.
Hoe heeft het invloed gehad op je relaties (vrienden, familie, werk)?
Mijn diagnose heeft een soort schifting gebracht. Sommige mensen begrepen het en groeiden dichter naar me toe. Ze wilden weten wat ik nodig had, ze luisterden echt. Anderen konden of wilden die ruimte niet geven. Relaties waarin ik vooral moest maskeren of pleasen, zijn langzaam weggeëbd of abrupt gestopt.
Dat doet pijn. Maar tegelijkertijd: ik ben niet meer bereid om mezelf te verloochenen om erbij te horen. In werkcontexten betekent het dat ik veel scherper kijk naar omgevingen die passen. Ik gedij niet in chaos of dubbelzinnigheid. Heldere verwachtingen, respect voor grenzen, en ruimte voor eerlijkheid zijn voor mij essentieel.
Wat helpt jou om om te gaan met overprikkeling of overbelasting?
Voorkomen is belangrijker dan genezen. Ik plan bewust hersteltijd in mijn dagen. Tijd waarin ik niets “hoef” te doen. Ik gebruik hulpmiddelen zoals een zonnebril binnenshuis bij fel licht, noise-cancelling koptelefoons, en visuele timers om niet te verdrinken in tijdsdruk. Ik bewaak mijn grenzen actief. Als ik voel dat ik over mijn limiet ga, dan trek ik aan de rem — ook al vindt mijn omgeving dat soms “overdreven”.
En als ik toch overprikkeld raak? Dan mag ik herstellen, zonder mezelf daarvoor af te straffen.
Zijn er momenten van trots die je wilt delen? Kleine of grote successen?
Ik ben trots op elke dag waarop ik trouw blijf aan mezelf. Op elke “nee” die ik zeg om mijn grenzen te bewaken. Op elke keer dat ik ervoor kies om mijn gevoel te volgen, ook als dat betekent dat ik de makkelijkere weg laat liggen.
Een groot succes is het opzetten van Neurodivers Denken: een ruimte creëren die ik zelf zo gemist heb. Niet perfect, niet groots, maar echt.
En ik ben trots op mijn kinderen, op hoe zij zichzelf leren kennen zonder het gewicht van schaamte dat ik vroeger wel droeg.
Wat zou je anderen willen meegeven die nog aan het begin van hun ontdekkingsreis staan?
Je hoeft niet alles tegelijk te begrijpen. Gun jezelf de tijd om te rouwen, te ontdekken, te proberen en te falen. Je bent niet te veel, je bent niet te weinig. Je bent genoeg — precies zoals je bent. En zoek mensen die je echt zien. Die zijn er. Ook al lijkt het soms niet zo.
Is er iets dat je graag zou willen dat de buitenwereld beter begrijpt over leven met autisme/ADHD?
Dat “niet kunnen” niet hetzelfde is als “niet willen”.
Dat het feit dat iemand iets soms wél kan, niet betekent dat het altijd makkelijk gaat.
Dat wat voor jullie een kleine moeite lijkt, voor ons soms een berg is.
En dat luisteren — echt luisteren zonder meteen te willen fixen — vaak het grootste geschenk is dat je ons kunt geven.
Wil je verder nog iets delen dat voor jou belangrijk is?
Ja. Kwetsbaarheid is geen teken van zwakte. Het vraagt enorme kracht om jezelf te laten zien, mét al je littekens, je angsten, je hoop.
Ik ben niet kapot. Ik ben niet minder. Ik ben gewoon… mezelf. En dat is meer dan genoeg.
Wil jij ook jouw ervaringsverhaal delen?
Bij Neurodivers Denken geloven we in de kracht van echte verhalen. Of je nu net je diagnose hebt gekregen, al jaren onderweg bent, of nog zoekende bent: jouw ervaring mag er zijn.
Wil je meedoen aan onze reeks ervaringsverhalen? Stuur dan een berichtje via de mail.
Je hoeft geen schrijver te zijn – jouw woorden zijn genoeg.
Samen maken we ruimte voor échte verhalen.







Heel herkenbaar vooral omdat ik een klein deeltje van het verhaal van de schrijfster zelf heb mede gemaakt