De zomer wordt vaak gezien als hét moment van ontspanning. De dagen zijn langer, de zon schijnt vaker, de schoolvakanties beginnen. Minder verplichtingen, meer vrijheid, dat klinkt als een zegen. Maar voor veel neurodivergente mensen, zoals mensen met autisme of ADHD, is de zomer allesbehalve een periode van rust. Het is juist een tijd waarin alles op losse schroeven komt te staan. En dat is niet altijd zichtbaar voor de buitenwereld.
Structuur valt weg
Voor mensen die baat hebben bij voorspelbaarheid, vaste routines en een duidelijke dagindeling, kan de zomervakantie voelen als een val. De school of werkstructuur valt weg, er zijn minder afspraken, en dagen beginnen op elkaar te lijken.
Dat klinkt misschien als luxe, maar het gebrek aan houvast kan zorgen voor stress, verwarring en onrust. Je weet niet waar je aan toe bent, je ritme raakt verstoord, en het kost bakken energie om grip te houden op de dag.
Bij ADHD zorgt die leegte juist voor onderstimulatie. Zonder externe druk of prikkels kan motivatie instorten. Dingen doen voelt ineens onbereikbaar, zelfs als je de tijd hebt.
Zelf merk ik dat als mijn agenda leeg is, mijn hoofd op hol slaat. Ik wil van alles, maar kom tot niets. En dat voelt frustrerend en beschamend, want ‘je hebt toch vakantie?’
De prikkels van de zomer
Alsof het gebrek aan structuur nog niet genoeg is, komt daar de sensorische kant van de zomer bovenop. Hitte, fel zonlicht, drukte op straat, veranderde geluiden (spelende kinderen, festivals, verkeer met open ramen). Het zijn allemaal extra prikkels waar een neurodivergent brein vaak veel heftiger op reageert dan een gemiddeld brein.
De warmte alleen al kan verlammend zijn. Sommige mensen kunnen zich moeilijk concentreren als het warm is, raken sneller overprikkeld of zelfs fysiek ziek. Voeg daar nog eens zonnebrand, zweterige kleding of overvolle winkels aan toe, en je hebt een cocktail van ongemak.
Voor mij betekent warm weer: continue strijd met mijn lijf. Ik kan me niet goed afkoelen, raak snel overprikkeld en voel me letterlijk opgesloten in mijn huid. Alles schreeuwt: “Ik wil eruit!”
Overprikkeld én onderprikkeld tegelijk
En dan gebeurt er iets tegenstrijdigs: je zit in een situatie waar je tegelijk over- én onderprikkeld raakt. Je hoofd staat aan, je lijf protesteert, maar je omgeving geeft je geen richting of doel.
Deze combinatie is verwarrend, uitputtend en moeilijk uit te leggen aan anderen.
Je kunt doodmoe zijn van alles wat je voelt en ervaart, en je tegelijk vervelen of leeg voelen. De gebruikelijke copingstrategieën werken niet meer. Waar je eerder kon leunen op je routine of omgeving, moet je het nu zelf vormgeven. En dat is juist voor neurodivergente mensen vaak het moeilijkste: structuur creëren vanuit het niets.
Wat helpt wél?
Er is geen universele oplossing, maar er zijn wel strategieën die kunnen helpen:
– Mini-structuren maken: Denk aan een vast ochtendritueel, vaste rustmomenten of een eenvoudige weekplanning.
– Prikkelbeheer: Zonnebril, koelvest, rustige plekken opzoeken, oordoppen, binnen blijven als het moet.
– Sociale grenzen stellen: Niet meegaan in de ‘je moet er toch van genieten’-druk. Zeg nee tegen wat niet past.
– Stim zoeken waar je van oplaadt: Creatieve uitlaatkleppen, bewegen op rustige momenten, comfortmedia (boeken, muziek, games).
– Mildheid: Je hoeft niet te ‘presteren’ in je vakantie. Overleven mag ook.
Zomer betekent niet voor iedereen hetzelfde
Vakantie is niet automatisch vrijheid. Voor veel neurodivergente mensen is het een tijd vol valkuilen, triggers en onzichtbare worstelingen.
Als we daar eerlijk over durven zijn, naar onszelf én naar de ander, ontstaat er meer ruimte. Meer begrip. Meer zelfzorg.
Soms voelt mijn zomer als een test die ik niet heb aangevraagd. Maar als ik ergens tussen de hitte en het niets een moment vind dat wél klopt – dan is dat voor mij genoeg. Dan is dat mijn versie van vakantie.






