Rouw om het gemiste zelf

Soms voel ik rouw.
Niet om iemand anders, maar om wie ik zelf had kunnen zijn.
Om het meisje dat nooit de kans kreeg om zichzelf te leren kennen vóór de schade kwam.

Wat als ik eerder had geweten wat er met me aan de hand was?
Wat als iemand me had verteld dat mijn brein gewoon anders werkt, niet slechter, niet kapot, gewoon anders?

Wat als ik was gezien in plaats van gecorrigeerd?
Wat als iemand had gezegd: “Je bent niet moeilijk, je hebt het moeilijk.”
Wat als iemand het masker had herkend voordat ik het zelf begon te geloven?

Want ik ben niet alleen laat gediagnosticeerd.
Ik ben ook jarenlang niet opgevangen.
Niet gehoord. Niet gespiegeld. Niet beschermd.

Er werd van me verwacht dat ik me aanpaste. Dat ik stil was. Dat ik me schikte.
Dat ik niet moeilijk deed, niet te heftig was, niet zo gevoelig.
En ik probeerde het. God, wat heb ik het geprobeerd.

Op school liep ik vast.
Ik snapte de structuur niet, raakte verdwaald in weektaken, en voelde me dom.
En in plaats van hulp kreeg ik vernedering.
Een leraar die me publiekelijk afbrandde. Dom noemde. Lui. Onverschillig.
Terwijl ik me letterlijk aan mijn bureau vastklampte om niet kopje-onder te gaan.

Thuis was er ook weinig ruimte.
De volwassenen om me heen waren vooral met zichzelf bezig, of met overleven.
Ik leerde vroeg dat ik het alleen moest doen.
Dat emoties privé waren. Dat je niet lastig mocht zijn.
Dat stilte en terugtrekken veiliger waren dan uitreiken.

Dus ik ging mezelf vervormen.
Leerde om mensen gerust te stellen, grapjes te maken, me ‘normaal’ voor te doen.
Niet omdat het voelde als mezelf, maar omdat het veiliger was dan mezelf zijn.
Want als ik echt mezelf liet zien, dan kwam er afstand. Afwijzing. Irritatie.
Of erger nog: niks.

Ik weet nu dat ik autistisch ben. ADHD heb. En al jaren een persisterende depressie meedraag.
Ik weet nu dat ik geen probleemkind was.
Ik was een kind met een onzichtbare handleiding in een wereld zonder geduld.

En dat besef…
Dat maakt ruimte, ja.
Maar ook pijn.

Want hoe had het kunnen zijn,
als ik was begeleid in plaats van bijgestuurd?
Als ik was gerustgesteld in plaats van genegeerd?
Als ik grenzen had mogen voelen en bewaken, in plaats van negeren?

Ik rouw om wie ik niet heb kunnen zijn.
Om het kind dat had mogen spelen in plaats van scannen.
Om de tiener die zichzelf lelijk vond omdat ze nooit leerde dat ze mooi was in haar eigen ritme.
Om de jongvolwassene die zichzelf verloor in relaties die alleen veilig voelden zolang ze zichzelf opofferde.

En dat verdriet is geen zelfmedelijden.
Het is het gevolg van jarenlang afstemmen op de verkeerde zender.
Van overleven in plaats van leven.

Soms komt er ook boosheid.
Op mensen. Op systemen. Op al die momenten waarop iemand had kunnen ingrijpen, maar het niet deed.
Maar die boosheid mag er zijn.
Zonder dat ik erin blijf hangen.

Want er is ook iets anders gekomen.
Woorden. Inzicht. Mildheid.
Niet altijd, maar steeds vaker.
Een innerlijke stem die zegt: “Het ligt niet aan jou.”

Ik weet nu waarom dingen moeilijk zijn.
Ik snap eindelijk waar die constante uitputting vandaan komt.
Waarom ik vastloop, overprikkeld raak, of dagenlang crash na één intens moment.

En dat helpt.

Het heelt niet alles.
Maar het haalt wel de angel uit de schaamte.
Het maakt ruimte voor zachtheid. Voor herstel. Voor herontdekking.

Ik leer opnieuw wie ik ben, zonder masker, zonder oordeel.
Langzaam. In mijn tempo.
Op mijn voorwaarden.

En misschien…
is dat al meer dan ik ooit had durven hopen.

Blijf op de hoogte

Ontvang een email zodra er een nieuwe blogpost online komt.

We spammen niet! Lees ons privacybeleid voor meer info.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven