Trauma. Veel mensen denken daarbij aan grote, heftige gebeurtenissen. Mishandeling. Oorlog. Ongelukken. Dingen waarvan iedereen direct begrijpt dat ze diepe sporen achterlaten. Maar trauma ontstaat niet altijd door één grote gebeurtenis. Soms ontstaat het juist langzaam. In kleine sneetjes die zich jarenlang opstapelen. In steeds opnieuw het gevoel krijgen dat je verkeerd bent. Te gevoelig. Te druk. Te stil. Te intens. Te chaotisch. Te moeilijk. En dat is iets wat veel neurodivergente mensen herkennen.
Niet iedereen met autisme, ADHD of een andere vorm van neurodivergentie ontwikkelt trauma. Dat is belangrijk om duidelijk te zeggen. Neurodivergentie is geen trauma. Het is geen defect. Geen beschadiging. Geen stoornis die “gerepareerd” moet worden. Maar wanneer je jarenlang leeft in een wereld die jouw signalen verkeerd leest, jouw grenzen niet begrijpt en jouw behoeften wegwuift, laat dat vaak wel sporen achter.
Soms zichtbaar.
Vaak onzichtbaar.
Niet één wond, maar honderden kleine sneetjes
Veel laat gediagnosticeerde neurodivergente volwassenen dragen geen herinnering aan één groot moment waarop alles misging. Wat ze wel dragen, is een opeenstapeling van kleine ervaringen die hun zenuwstelsel langzaam hebben gevormd.
Steeds gecorrigeerd worden.
Steeds het gevoel hebben dat je tekortschiet.
Niet begrijpen waarom simpele dagelijkse dingen zoveel energie kosten.
Het idee krijgen dat jij degene bent die “moeilijk doet”.
Voor kinderen met ADHD begint dat vaak al vroeg. Ze krijgen gemiddeld veel meer negatieve feedback dan andere kinderen. “Zit stil.” “Doe eens normaal.” “Waarom luister je nooit?” “Waarom ben je alweer afgeleid?” Bij autisme zie je vaak een ander patroon. Daar zit de belasting vaker in sociale verwarring, overprikkeling en voortdurend moeten aanpassen aan verwachtingen die niet vanzelf voelen. Veel neurodivergente kinderen leren daardoor al jong dat hun natuurlijke reacties blijkbaar niet goed zijn. Dat ze zichzelf moeten aanpassen om geaccepteerd te worden. En wanneer je dat jarenlang doet, laat dat sporen achter. Ook als niemand het aan de buitenkant ziet.
Wanneer aanpassen een overlevingsmechanisme wordt
Veel neurodivergente mensen leren zichzelf aan om te maskeren. Ze observeren anderen en kopiëren gedrag. Ze leren sociale scripts uit hun hoofd. Ze dwingen zichzelf oogcontact te maken. Ze onderdrukken stims. Ze lachen op de juiste momenten. Ze worden extreem zelfstandig. Of juist extreem aangepast. Van buiten lijkt dat vaak alsof iemand “goed functioneert”. Van binnen kost het vaak enorm veel energie.
Maskeren wordt vaak gezien als iets sociaal, maar voor veel mensen gaat het veel dieper. Het wordt een manier om afwijzing, schaamte of conflicten te voorkomen. Een manier om veilig te blijven. En hoe langer iemand dat doet, hoe moeilijker het soms wordt om nog te voelen waar het masker stopt en de persoon zelf begint. Dat is ook waarom veel laat gediagnosticeerde mensen na hun diagnose niet alleen opluchting voelen, maar ook verdriet. Verdriet om hoeveel energie het heeft gekost om jarenlang iemand te proberen zijn die ze nooit echt waren.
Autisme, ADHD en trauma lopen soms door elkaar heen
Dat maakt dit onderwerp ingewikkeld. Autisme en ADHD zijn neurotypes. Trauma ontstaat door ervaringen. Toch is de overlap soms groot. Langdurige stress heeft invloed op het zenuwstelsel. Daardoor kunnen trauma reacties en neurodivergente kenmerken op elkaar lijken. Denk aan hyperalertheid, concentratieproblemen, emotionele ontregeling, moeite met grenzen voelen, overprikkeling of voortdurend “aan” staan. Voor veel mensen wordt het daardoor lastig om te onderscheiden wat bij hun neurodivergentie hoort en wat ontstaan is door jarenlange stress of onveiligheid.
Sommige mensen ontdekken pas op volwassen leeftijd hoeveel van hun gedrag eigenlijk een reactie was op hun omgeving.
Ben ik perfectionistisch omdat dat bij mij hoort?
Of omdat fouten maken vroeger onveilig voelde?
Ben ik sociaal aangepast omdat ik dat prettig vind?
Of omdat ik geleerd heb dat afwijzing pijn doet?
Dat soort vragen kunnen behoorlijk confronterend zijn.
Waarom zoveel neurodivergente mensen zich herkennen in CPTSD
De laatste jaren wordt er steeds vaker gesproken over de link tussen neurodivergentie en CPTSD, complexe posttraumatische stressstoornis. Online zie je soms uitspraken voorbij komen dat iedere laat gediagnosticeerde neurodivergente persoon CPTSD zou hebben. Dat is te zwart wit. Niet iedere neurodivergente persoon heeft trauma. En niet iedere vorm van uitputting of overprikkeling is een traumareactie.
Toch is het niet vreemd dat veel mensen zich herkennen in beschrijvingen van CPTSD. Vooral dingen zoals constante alertheid, diepgewortelde schaamte, sociale angst, moeite met ontspannen, emotionele flashbacks of het gevoel fundamenteel “verkeerd” te zijn, komen opvallend vaak terug in verhalen van laat gediagnosticeerde neurodivergente volwassenen. Niet omdat neurodivergentie zelf trauma is. Maar omdat jarenlang leven in onbegrip, afwijzing of chronische overbelasting diepe littekens kan achterlaten. Soms niet door één grote wond. Maar door honderden kleine sneetjes die nooit echt de kans kregen om te herstellen.
Het lichaam onthoudt wat jij probeert weg te stoppen
Trauma zit niet alleen in gedachten of herinneringen. Het zit vaak ook in het lichaam. In schouders die altijd gespannen zijn. In een zenuwstelsel dat nooit echt rust vindt. In automatisch scannen op de stemming van anderen. In dichtklappen tijdens conflicten. In paniek voelen zonder precies te begrijpen waarom.
Veel neurodivergente mensen raken gewend aan spanning. Zo gewend, dat ze pas merken hoe uitgeput ze zijn wanneer hun lichaam letterlijk stopt. En dan noemen we het ineens een burn out. Maar veel mensen ontdekken later dat hun lichaam al jarenlang signalen gaf. Dat hun zenuwstelsel al die tijd probeerde om hen veilig te houden.
Herstel begint vaak met begrijpen waar de pijn vandaan komt
Voor veel neurodivergente mensen begint herstel niet met harder werken aan zichzelf, maar juist met begrijpen. Begrijpen dat jarenlang aanpassen impact heeft. Dat chronische afwijzing sporen nalaat. Dat jouw zenuwstelsel niet “overdreven” reageert, maar jarenlang onder spanning heeft gestaan. Dat betekent niet dat alles ineens makkelijk wordt. Herstel is vaak langzaam en rommelig. Het vraagt opnieuw leren voelen waar je grenzen liggen. Leren herkennen wanneer je zenuwstelsel overbelast raakt. Leren dat rust noodzakelijk is en geen luxe.
En misschien nog wel het moeilijkste van alles: leren dat je niet eerst iemand anders hoeft te worden voordat je veiligheid, begrip of zachtheid verdient. Veel neurodivergente mensen hebben jarenlang geleerd zichzelf kleiner te maken om geaccepteerd te worden.
Herstel begint vaak op het moment dat je langzaam ontdekt dat je misschien nooit “te veel” bent geweest. Dat je vooral te lang hebt geprobeerd te passen in een omgeving die niet wist hoe ze met jouw brein moest omgaan.







Een goede uitleg, die mij ervan bewust maakt waar o.a. mijn perfectionisme vandaan komt. Ik heb een oudere broer waar, toen hij klein was, de ADHD de overhand had. Het gevolg was veel chaos en ruzies. Dit voorbeeld van hem bracht dus chaos. Zo kon ik niet functioneren. Dus koos is als kind al voor om voorbeeldig/perfectionistisch te zijn, omdat dit rust bracht. Niet om beter te zijn dan hij, maar omdat ik chaos en ruzie verschrikkelijk vond. Fijn om eindelijk te begrijpen waar mijn perfectionisme vandaan is gekomen.
Dank je wel voor je goede heldere verwoording!
Begrijpen en de juiste verwoording hebben ergens voor, is wat ik nodig heb om met mijn CPTSS (CPTSD) te kunnen beginnen om te gaan.
Soms weet ik echt niet meer wat waar vandaan komt 😔 Mijn onveilige jeugd, (complex) trauma, psychische aandoeningen, neurodivergent zijn, biologische factoren (hormonen, intelligentie), karakter/persoonlijkheid, (hoog)gevoeligheid. Het is een wirwar aan mogelijke invloeden die allemaal op elkaar inwerken. Wat ik wèl weet, is dat er een hoop overlap is en dat veel symptomen hetzelfde eruit zien. Afhankelijk van welke richting je informatie leest/met wie je praat/naar welke arts je gaat etc. lijkt de basis ergens anders gelegd te worden. Ik denk dat iedereen uniek is en een unieke samenstelling heeft en optelsom van zijn/haar biologische aanleg, intelligentie, persoonlijkheid en complicerende omstandigheden en dat alleen jij zelf het beste weet (of er achter kunt komen) wat JOU helpt. En dat dát ook je ‘opdracht’ is of zoektocht in jouw leven. Ik ben (sinds gisteren 😝) 53 en begin er nu zo’n beetje achter te komen hoe mijn gebruiksaanwijzing in elkaar zit (en zal altijd nog lerende blijven). Ik wens een ieder heel veel sterkte op zijn/haar individuele weg ❤️
Tjonge, Nanda, wat een enorm goede stukken worden hier geplaatst. Ik heb heel erg veel gelezen en geluisterd over deze onderwerpen; indrukwekkend hoe compact en compleet je weet te omschrijven wat veel van ons doorleven. Bedankt, J
Hoi. Perfectionisme. Probeer het af te leren.en hsp. Hsp had ik nooit verwacht. Maar door mijn alexithymie kan ik gevoelens niet goed duiden. Na mijnindicatieeen half jaar geleden dit ook ontdekt en herkend. Dankbaar voor jou. Leer hier veel van. Zegen en groet Anja
Ik kan door mijn alexithymie en hsp mijn eigen emoties slecht voelen en ben door die van anderen enorm overweldigd. Ik ken mijn Human Design en weet dat dit daar ook in tot uiting komt.
Wat heb je dit bijzonder goed verwoord! Ik wou echt dat ik dit allemaal eerder had geweten in plaats van die algemene termen die (meestal goedbedoelende) therapeuten gebruiken. Deze woorden hebben de kracht om daadwerkelijk verandering in gang te zetten, doordat ze begrip tonen voor waar het vandaan komt. Dank je wel!