In veel gezinnen sluiten behoeften niet vanzelf op elkaar aan. In neurodivergente gezinnen wordt dat vaak scherper voelbaar. Zeker wanneer een kind nabijheid nodig heeft om te reguleren, terwijl de ouder juist afstand nodig heeft om niet te overspoelen.
Dat spanningsveld gaat niet over onwil. Het gaat over zenuwstelsels die verschillend reageren op stress, prikkels en emotie.
Nabijheid als noodzaak en als trigger
Voor sommige kinderen is lichamelijke nabijheid essentieel. Dicht tegen iemand aan zitten, vastgehouden worden, weten dat iemand blijft. Dat helpt het lichaam tot rust komen. Voor sommige ouders is juist diezelfde nabijheid te veel. Aanraking kan overweldigend zijn. Geluid, beweging en emotionele intensiteit kunnen het zenuwstelsel in alarm zetten. Dat betekent dat wat het kind nodig heeft om te kalmeren, bij de ouder het tegenovergestelde effect kan hebben.
Niet omdat de ouder dat niet wil dragen.
Maar omdat het lichaam het niet aankan.
Wat er gebeurt in het zenuwstelsel
Wanneer een ouder in zo’n moment in fight of flight schiet, gebeurt dat automatisch. Het lichaam registreert gevaar. Spanning loopt op. De ruimte om bewust te kiezen wordt kleiner. Dit is geen gebrek aan liefde. Geen gebrek aan inzicht. Geen gebrek aan inzet. Het is een lichamelijke grens.
Toch ontstaat hier vaak schuldgevoel. Juist omdat ouders begrijpen hoe belangrijk nabijheid is. Juist omdat ze weten hoe het voelt om die niet te krijgen.
Waarom schuldgevoel zo hardnekkig is
Veel ouders verwarren begrip met controle. Als je weet wat er speelt, zou je het toch anders moeten kunnen doen. Maar een zenuwstelsel laat zich niet aansturen door kennis. Inzicht verandert geen reflex. Schuldgevoel ontstaat vaak op de plek waar verantwoordelijkheid en machteloosheid elkaar raken. Je bent verantwoordelijk voor je kind, maar je bent niet almachtig over je eigen lichaam. Dat spanningsveld wordt zelden benoemd.
Een persoonlijk voorbeeld
Er zijn momenten geweest waarop mijn kind duidelijk nabijheid nodig had. Dichtbij zijn. Vastgehouden worden. En waarin ik merkte dat mijn lijf al op slot zat. Mijn adem hoog. Mijn spieren gespannen. Alles in mij wilde afstand. Ik bleef. Omdat mijn kind mij nodig had. En tegelijk wist ik dat ik mezelf voorbijging.
Achteraf kwam de twijfel. Had ik dit zo moeten doen. Had ik mezelf meer moeten beschermen. Had mijn kind gemerkt dat het mij te veel was. Dat zijn geen vragen met een helder antwoord. Maar ze laten zien wat deze situatie met je doet.
Doorgaan ondanks je grens
Veel ouders herkennen dit. Dat ze soms toch doorgaan, ondanks duidelijke signalen van hun lijf. Niet omdat dat gezond is, maar omdat er op dat moment geen alternatief voelt. Dat kost iets. Energie. Herstel. Zelfvertrouwen. Het probleem zit niet in dat ene moment.
Het probleem ontstaat wanneer dit de norm wordt. Wanneer ouders concluderen dat ze dit dus altijd moeten kunnen. Of wanneer er geen ruimte is om te erkennen dat het te veel was. Noodvermogen is geen draagkracht.
Waarom hier zo weinig woorden voor zijn
In gesprekken over ouderschap ligt de nadruk vaak op oplossingen. Op technieken. Op wat helpt. Maar niet alles laat zich oplossen. Sommige spanningen blijven bestaan, ook als je het goed doet. Ook als er liefde is. Ook als je je best doet.
Wat dan helpt, is erkenning. Dat dit voorkomt. Dat dit zwaar is. Dat je hier niet alleen in staat.
Geen oplossing, wel erkenning
Dit is geen pleidooi om jezelf weg te cijferen. Ook geen oproep om altijd je eigen grens te volgen.
Het is een erkenning van een realiteit die weinig taal krijgt. Dat nabijheid soms tegelijk nodig en te veel kan zijn. Dat ouders ook een lichaam hebben. Dat liefde niet betekent dat alles past.
Als je dit herkent, zegt dat niets negatiefs over jou als ouder. Het zegt iets over de complexiteit waarin je leeft.
Reflectievraag
Wanneer botsten jouw lichamelijke grens en de behoefte van je kind voor het laatst. En wie probeerde jij op dat moment overeind te houden.







Dit is zo enorm herkenbaar. Ik begon al met een postnatale depressie na jouw geboorte, doordat mijn moeder er niet voor mij was geweest tijdens de zwangerschap en de bevalling. Het was een traumatische bevalling en na de bevalling weigerde jij mijn borstvoeding. En jij was in de eerste dagen na jouw geboorte al overspannen. Alom twijfels aan mijzelf.
Zo’n heftige start hadden wij samen.
Dan nog mijn door trauma’s overbelaste zenuwstelsel en jouw overgevoelige zenuwstelsel wat tekort schoot bij jouw emotieverwerking. Alles bij elkaar maakte de omarming van ons vaak erg moeilijk. Maar ik hou niet minder van jou, juist meer. 🫂💓