Waarom ik soms 100 woorden gebruik waar 10 ook zouden volstaan

(en waarom dat niet overdreven is, maar overleven)

Voor veel neurodivergente mensen is communiceren geen vanzelfsprekendheid. Geen ontspannen heen-en-weer van woorden, waarbij je zonder nadenken zegt wat je bedoelt en ervan uitgaat dat de ander je wel begrijpt. Communicatie kan voor ons voelen als een constant balanceren. Als een risicobeheersingsoefening waarbij elk woord zorgvuldig gewogen moet worden, uit angst dat het anders verkeerd overkomt. Want verkeerd begrepen worden is geen klein ongemak – het is een reëel gevaar. Voor conflict. Voor afwijzing. Voor opnieuw te horen krijgen dat jij het ‘verkeerd doet’.

Dat maakt dat veel van ons uitgebreid uitleggen, zelfs over de kleinste dingen. Niet omdat we het niet helder kunnen zeggen in tien woorden, maar omdat we proberen álles wat fout zou kunnen gaan voor te zijn. Dus voegen we context toe. Voorbeelden. Kanttekeningen. We bouwen de bruggen alvast die de ander misschien nodig heeft om ons écht te begrijpen. En dat kost meer woorden dan mensen gewend zijn. Veel meer.


Voor mij persoonlijk is dat patroon pijnlijk herkenbaar

Ik ben zo iemand die alles altijd wil uitleggen. En dan nog wat extra. Niet omdat ik het niet helder kan zeggen – dat kan ik juist wél. Maar omdat ik jarenlang heb gemerkt dat als ik het kort houd, mensen vaak iets heel anders horen dan ik bedoel.

Als kind werd ik er regelmatig op aangesproken: dat ik zo veel praatte, dat ik altijd ‘zo moeilijk deed’, dat ik weer ‘te veel uitlegde’. Maar wat niemand zag, was dat die uitleg geen luxe was. Het was zelfbescherming. Ik probeerde mijn woorden als een schild te gebruiken. Als ik alles maar goed genoeg uitlegde, als ik alles maar voorzag van context, nuance en bedoelingen, dan zou de ander het vast niet verkeerd kunnen begrijpen. Dan zou ik niet boosheid over me heen krijgen, of afwijzing, of die ene blik vol irritatie die zegt: “Wat bedoel je nou eigenlijk? Waarom maak je het zo ingewikkeld?”

Die blik deed meer pijn dan men ooit besefte. Want ik deed mijn best. Elke keer weer. Maar mijn manier van communiceren werd gezien als ‘te veel’.


Wat men ‘overdreven’ noemde, was voor mij noodzaak

Voor mij voelde het alsof ik een bom moest ontmantelen met taal. Alsof elk gesprek een potentieel mijnenveld was, waarin ik maar beter álle risico’s kon uitsluiten voordat ik mijn mond open deed.

Dus ging ik uitleggen. Voorstructureren. Voorverantwoorden. Niet om dominant te zijn. Niet omdat ik denk dat ik alles beter weet. Maar omdat ik bang was.
Bang om het verkeerd te doen.
Bang om wéér te botsen.
Bang om niet gezien of begrepen te worden, ook al had ik mijn ziel in mijn woorden gelegd.

En weet je wat het ingewikkeld maakt? Soms werkte die extra uitleg wél. Soms voorkwam ik inderdaad een misverstand. Maar soms irriteerde het mensen juist. Dan was het ‘te veel’, ‘te langzaam’, ‘te ingewikkeld’. En dan voelde ik me dubbel mislukt: ik had mijn best gedaan om het goed te doen – en dáár werd ik vervolgens weer op afgerekend.


Communicatie is voor mij nooit neutraal geweest

Voor mij is helderheid een vorm van veiligheid. Niet om mezelf op een voetstuk te zetten, maar om mezelf te beschermen. Ik wil de hele puzzel laten zien voordat iemand denkt dat ik een ander plaatje bedoelde. Want ik weet hoe het voelt als je wordt afgerekend op iets wat je niet zo bedoelde.
Als mensen je reactie invullen met hun eigen aannames.
Als jouw stilte wordt gelezen als kilte.
Als jouw eerlijkheid wordt opgevat als hardheid.
Als jouw behoefte aan nuance wordt gezien als ‘overdrijven’.

Dat is waarom ik soms honderd woorden nodig heb. Niet omdat ik niet bij de kern kan komen, maar omdat ik weet hoeveel schade er kan ontstaan als ik de kern niet voldoende inkleed. En daar wil ik mezelf niet langer voor straffen.


Wat als we deze manier van communiceren niet zien als te veel, maar als liefdevol?

Wat als we de uitgebreide manier waarop sommige neurodivergente mensen communiceren niet meer zien als lastig of vermoeiend, maar als een uiting van zorg?
Wat als het een teken is dat iemand moeite doet om de verbinding zuiver te houden?
Dat iemand niet slechts gehoord wil worden, maar écht begrepen?

En wat als we onszelf – als we zélf zo communiceren – daarin gaan erkennen in plaats van corrigeren?

Ik ben niet ‘te veel’.
Mijn woorden zijn niet overdreven.
Ze zijn precies genoeg voor wie ik ben – en voor alles wat ik heb meegemaakt.

Mijn uitleg is geen ruis. Het is de brug die ik bouw om jou tegemoet te komen.


Reflectie

Herken jij die neiging om alles uit te leggen? Om misverstanden voor te zijn, door je woorden bijna chirurgisch te kiezen? Wat brengt het je – en wat kost het je soms?
Ik hoor graag hoe dat voor jou is.

3 gedachten over “Waarom ik soms 100 woorden gebruik waar 10 ook zouden volstaan”

  1. Ik lees je blog met tranen in mijn ogen van de herkenning en de misvattingen waar ik mee te dealdn heb gehad door jaren heen.
    Hetzelfde zie ik nu ook weer gebeuren bij mijn kleinzoon.
    Een mooie duidelijke blog. Zou verplichte kost op scholen mogen zijn. Neurodivergente taal, naast engels, duits en frans😄

    1. Wat raakt om te lezen… Dank je wel voor je open reactie. Het doet pijn dat die patronen zich blijven herhalen, ook bij volgende generaties. En tegelijk is het krachtig dat jij het herkent en benoemt — dat is al een begin van verandering. En ja, neurodivergente taal op school… ik teken ervoor 😉.

  2. “Exact!”

    Dat is nog eens een korte reactie van me ;). Ben ik niet gewend van mezelf. Ik kan ook nogal “uitgebreide” lappen tekst mailen & appen. Dan lees ik het nog eens, om te kijken of ik het nog ergens in kan korten, of andere woorden kan gebruiken waardoor het korter wordt. En dan lees ik het nog eens. Om te checken of ik toch niet iets heb geschreven wat totaal verkeerd geïnterpreteerd kan worden, of waarop ik bestraft kan worden. En dan komen er vaak nog wat woorden bij in plaats van dat er woorden af gaan. Het altijd alles precies willen uitleggen om inderdaad maar niet verkeerd begrepen te worden. Het oversharen… (daar heb ik geen borrel voor nodig), daarbij blijkt het oversharen een overlevingsinstinct te zijn. Dan ben ik nog nogal eens “De uitlegmoeder”… de onzekere… Het veel en maar vooral met lange teksten reageren geldt bij mij meestal alleen met letters, in geschrift. Tot ik iemand (goed) ken en ik ook de oren van iemands hoofd af kan kletsen. En maar praten, praten, praten. Herhaling en uitleggen, keer op keer. En dan achteraf denken: die zullen we doodmoe van me zijn geworden. Ik zelf in ieder geval wel. Daarentegen is papier geduldig en zegt men: wie schrijft, die blijft. En verder heb ik graag zaken zwart op wit.
    Dank voor de blog! en voor je prachtige boek.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven