Wie ben ik, als niemand iets van me nodig heeft?

Er kwam een moment dat ik vastliep op vragen waar andere mensen moeiteloos antwoord op geven.
Wat vind je leuk?
Wat luister je graag?
Wat past bij jou?

Mijn hoofd sloeg dicht. Niet omdat ik niets voelde, maar omdat ik geen toegang had. Alsof er wel iets was, maar ik er niet bij kon. Alsof elke voorkeur eerst langs een onzichtbare commissie moest voordat ik hem mocht voelen of uitspreken.

Dat besef komt niet zacht.
Het komt ineens.

Je realiseert je dat je jarenlang keuzes hebt gemaakt zonder echt te kiezen. Dat veel van wat je deed logisch was, passend, functioneel, maar misschien niet van jou. Dat je vooral heel goed was in afstemmen. In aanvoelen wat nodig was. In voorkomen dat het misging.

Dat is wat overleven kan doen.
Je leert jezelf vormen naar de situatie.
Je leert delen van jezelf parkeren.
Je leert wie je moet zijn om veilig te blijven.

En dat werkt. Vaak jarenlang.

Tot het niet meer werkt.

Bij een late diagnose komt dat besef vaak keihard binnen. Niet als bevrijding, maar als leegte. Want als zoveel van wat je deed voortkwam uit aanpassen, uit maskeren, uit people pleasen, dan blijft er ineens een pijnlijke vraag over.

Wie ben ik eigenlijk?

Niet als rol.
Niet als functie.
Niet als degene die het altijd redt.

Maar daaronder.

Die vraag voelt niet filosofisch. Hij voelt ontregelend. Eenzaam. Soms zelfs beangstigend. Alsof iedereen om je heen een intern kompas heeft en jij ineens ontdekt dat je dat van jou nooit hebt leren gebruiken. Alsof de wereld gewoon doordraait, terwijl jij stilstaat met een vraag waar geen snel antwoord op is.

Dat kan een diep alleen gevoel geven.
Alsof jij iets gemist hebt wat voor anderen vanzelfsprekend lijkt.
Alsof je achterloopt, terwijl je eigenlijk jarenlang keihard bezig was met overleven.

Voor mij werkte het niet om die zoektocht groot aan te pakken. Te vaag, te breed. Dat gaf alleen maar meer stress en onrust. Dus ik begon praktisch. Klein. Concreet.

Ik begon bij muziek.

Symphonic metal.
Ik ben de enige in mijn omgeving die daarvan houdt. Dat wist ik zeker. Dat had ik niet overgenomen. Dat was niet aangeleerd. Dat was van mij.

Dat gaf houvast. Iets eigens. Iets dat niet ter discussie stond.

Van daaruit breidde ik het langzaam uit. Boeken. Films. Verhalen waar ik altijd in verdween, ook toen niemand keek. Dingen die me raakten zonder dat ik ze hoefde uit te leggen of te verantwoorden.

Pas later durfde ik het abstracter te maken.

Als iemand een mening gaf, hoefde ik daar niet direct op in te gaan. Ik liet het gesprek voor wat het was. En pas later vroeg ik mezelf af: hoe denk ik hier eigenlijk over? Wat voel ik hierbij? Trek ik hier naartoe of juist niet?

Geen oordeel. Geen antwoord nodig. Alleen ruimte.

Zo begon ik langzaam mijn eigen normen en waarden weer te voelen. Niet door ze te bedenken, maar door ze op te merken. Door te luisteren naar wat resoneerde en wat niet.

Dat proces is rommelig.
Niet lineair.
En vaak confronterend.

Soms denk je iets gevonden te hebben en blijkt het later toch niet te passen. Soms merk je hoe snel oude patronen weer inspringen. En soms voel je helemaal niets behalve verwarring en twijfel.

Ook dat hoort erbij.

Wat hier vaak onder zit, en weinig benoemd wordt, is rouw. Rouw om tijd. Om gemiste ruimte. Om een versie van jezelf die nooit echt heeft mogen bestaan. Die rouw is niet luid, maar wel diep. En hij komt vaak pas als het eindelijk veiliger voelt.

In die fase kan het enorm helpen om anderen te ontmoeten die dit herkennen. Niet omdat zij jouw antwoorden hebben. Die heeft niemand. Maar omdat het iets doet om te merken dat je niet de enige bent die vastloopt op deze vragen. Dat het geen persoonlijk falen is. Dat dit vaker voorkomt bij mensen die lang hebben moeten aanpassen.

Het is dubbel.
Het is pijnlijk om te zien dat anderen door hetzelfde zijn gegaan.
En tegelijk kan het steun geven om te weten dat je niet alleen bent in deze zoektocht.

De weg zelf blijft van jou. Alleen jij kunt voelen wat bij je past. Maar je hoeft hem niet in volledige isolatie af te leggen.

Misschien is dat al genoeg om even te mogen rusten in het niet weten. Niet om jezelf opnieuw te definiëren, maar om jezelf langzaam weer toe te laten.

Niet als project.
Maar als mens.

Reflectievraag
Wanneer merkte jij voor het eerst dat je geen antwoord meer had op iets dat ooit vanzelfsprekend leek?

1 gedachte over “Wie ben ik, als niemand iets van me nodig heeft?”

  1. Margo Luberti

    Ik moet eerlijk zeggen dat bij nooit iets vanzelfsprekend was. Ik ben in omgekeerde volgorde terug mijn leven ingegaan om te kunnen ontdekken wat er in mijn basis al zo traumatisch was dat er nooit iets vanzelfsprekend was. En dat bleken vele traumatische gebeurtenissen te zijn. Alleen al omdat ik een alleengeboren vierling ben en hun resten in mij draag is het een hele lange zoektocht naar ‘wie ben ik?’. Hun invloeden zijn er namelijk altijd. Ik moet leren deze te onderscheiden. En dat is een hele lange weg.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven