In deze reeks delen mensen met autisme en/of ADHD hun persoonlijke verhaal. Niet het gepolijste plaatje dat de buitenwereld vaak verwacht, maar de echte ervaringen — rauw, eerlijk en soms pijnlijk, maar altijd waardevol. We vertellen over zoeken en verdwalen, over maskeren en overleven, over momenten waarop we braken en momenten waarop we sterker terugkwamen dan ooit.
Iedere ervaring is uniek. Er is niet één manier om neurodivergent te zijn, net zomin als er één manier is om mens te zijn.Wat ons bindt, is het verlangen om gezien te worden zoals we werkelijk zijn, zonder voorwaarden, zonder uitlegplicht.
Deze verhalen zijn geen vraag om medelijden. Ze zijn een uitnodiging tot echt luisteren.
Als ik terugkijk op mijn leven, zie ik eigenlijk vooral iemand die voortdurend probeerde zich aan te passen zonder te begrijpen waarom het zoveel energie kostte.
Ik zag andere mensen dingen doen die vanzelf leken te gaan. Sociale situaties. Drukke ruimtes. Veranderingen. Verwachtingen. Werk. Contact onderhouden. Plannen. Functioneren terwijl er van alles tegelijk gebeurde.
En ik deed mee.
Of ik probeerde mee te doen.
Ik leerde al jong om te observeren. Kijken hoe anderen reageerden. Welke gezichtsuitdrukkingen erbij hoorden. Wanneer je hoorde te lachen. Wanneer je iets wel of niet kon zeggen. Hoe je jezelf moest gedragen om niet “te veel” te zijn.
Ik denk dat veel mensen mij jarenlang hebben gezien als iemand die zich wel redde.
Maar wat ze niet zagen, was hoeveel energie er achter alles zat.
Hoeveel nadenken er voorafging aan simpele gesprekken.
Hoe vaak ik na sociale momenten volledig leeg was.
Hoe hard mijn hoofd werkte terwijl ik van buiten rustig leek.
Hoe vaak ik mezelf dwong om door te gaan terwijl mijn lijf eigenlijk allang op was.
Ik leefde heel lang vanuit overleven.
En het moeilijke aan overlevingsmodus is dat je het vaak pas doorhebt wanneer je lichaam begint af te breken.
Want als je jarenlang op spanning leeft, voelt spanning uiteindelijk normaal.
Altijd alert zijn voelt normaal.
Over je grenzen heen gaan voelt normaal.
Jezelf wegcijferen voelt normaal.
Doorgaan terwijl je eigenlijk niet meer kunt voelt normaal.
Ik dacht oprecht dat iedereen zich vanbinnen zo voelde.
Dat andere mensen gewoon beter waren in ermee omgaan.
Dus ik legde de schuld bij mezelf.
Ik vond mezelf te gevoelig.
Te emotioneel.
Te chaotisch.
Te intens.
Te druk in mijn hoofd.
Te vermoeid.
Te moeilijk.
Er waren periodes waarin ik volledig vastliep zonder echt te begrijpen waarom. Alsof mijn systeem gewoon ineens stopte. Alsof zelfs kleine dingen te veel werden. Geluiden kwamen harder binnen. Sociale interacties voelden zwaarder. Beslissingen maken lukte nauwelijks nog. Mijn lichaam deed pijn van de spanning die ik jarenlang had genegeerd.
Maar zelfs toen bleef ik denken:
ik moet gewoon harder mijn best doen.
Want dat is wat veel neurodivergente mensen leren.
Niet luisteren naar jezelf, maar jezelf corrigeren.
Niet voelen waar je grens ligt, maar leren functioneren ondanks alles wat je voelt.
Pas veel later begon ik langzaam te begrijpen dat er niet iets fundamenteel mis was met mij.
Dat mijn brein anders werkt.
Dat mijn systeem meer verwerkt.
Dat ik jarenlang signalen heb onderdrukt omdat ik dacht dat dat hoorde.
Dat ik mezelf voortdurend heb aangepast aan een wereld die weinig ruimte liet voor hoe ik dingen ervaar.
Mijn diagnoses brachten geen magische oplossing.
Eigenlijk begon daar pas echt het moeilijke stuk.
Want ineens moest ik terugkijken naar mijn hele leven met nieuwe ogen.
Dan besef je hoeveel momenten eigenlijk geen “aanstellerij” waren.
Hoe vaak je overprikkeld was terwijl mensen dachten dat je je aanstelde.
Hoe vaak je shutdowns, paniek of uitputting probeerde te verbergen.
Hoeveel relaties beïnvloed werden door iets waar je zelf de woorden nog niet voor had.
Hoe vaak je je schuldig voelde om behoeften waar je eigenlijk niets aan kon doen.
En daar zit ook rouw in.
Rouw om hoeveel energie het heeft gekost.
Rouw om hoe streng ik voor mezelf ben geweest.
Rouw om het meisje dat dacht dat ze stuk was omdat niemand zag hoeveel ze eigenlijk aan het dragen was.
Maar ergens tussen die rouw gebeurde ook iets anders.
Voor het eerst begon ik mezelf serieuzer te nemen.
Ik begon te begrijpen waarom ik na drukke dagen volledig kon instorten.
Waarom onverwachte veranderingen me soms compleet ontregelden.
Waarom ik me zo lang anders had gevoeld zonder precies te kunnen uitleggen waarom.
Waarom ik voortdurend balanceerde tussen controle en chaos.
Waarom rust voor mij geen luxe is, maar noodzaak.
En langzaam begon ik ook te ontdekken hoeveel neurodivergente mensen hetzelfde voelen.
De eenzaamheid.
Het maskeren.
Het aanpassen.
Het constante gevoel dat je jezelf moet uitleggen.
Het gevoel dat je eigenlijk altijd nét iets harder moet werken dan anderen om hetzelfde vol te houden.
Dat besef veranderde veel voor mij.
Niet omdat alles ineens makkelijk werd.
Dat werd het niet.
Ik heb nog steeds dagen waarop mijn hoofd overloopt.
Dagen waarop geluiden te veel zijn.
Dagen waarop ik merk dat ik weer automatisch in oude patronen schiet en mezelf voorbijloop.
Dagen waarop overleven bekender voelt dan rust.
Maar er is wel iets veranderd in hoe ik naar mezelf kijk.
Ik probeer mezelf niet meer voortdurend te repareren.
Ik probeer mezelf steeds minder te zien als een probleem dat opgelost moet worden.
Ik leer luisteren naar mijn grenzen in plaats van ze weg te drukken.
Ik leer dat zachtheid niet hetzelfde is als zwakte.
Ik leer dat mijn waarde niet afhangt van hoeveel ik kan dragen voordat ik instort.
En misschien nog wel het belangrijkste:
ik probeer mezelf niet meer kleiner te maken zodat ik beter in deze wereld pas.
Want jarenlang dacht ik dat herstel betekende dat ik eindelijk “normaal” zou worden.
Nu denk ik dat herstel misschien veel meer gaat over thuiskomen bij jezelf.
Wil jij ook jouw ervaringsverhaal delen?
Bij Neurodivers Denken geloven we in de kracht van echte verhalen. Of je nu net je diagnose hebt gekregen, al jaren onderweg bent, of nog zoekende bent: jouw ervaring mag er zijn.
Wil je meedoen aan onze reeks ervaringsverhalen? Stuur dan een berichtje via de mail.
Je hoeft geen schrijver te zijn, jouw woorden zijn genoeg.
Samen maken we ruimte voor échte verhalen.






