Het probleem is niet de pijn

Er zijn van die dingen in je lijf die niet per se pijn doen, maar die alles overnemen.
Een mond die te veel speeksel aanmaakt als je ligt.
Een keel die ineens rauw aanvoelt.
Een buik die rommelt zonder duidelijke reden.
Misselijkheid die nergens naartoe kan.

Op papier stelt het niets voor.
In je lijf voelt het als alles.

Ik merk dat dit de laatste tijd vaker gebeurt. Juist nu het beter gaat. Juist nu mijn stressniveau daalt. Juist nu ik niet meer continu vastzit in die autistische benauwdheid waar ik jarenlang in leefde. Ik ben verhuisd. Ik heb mijn eigen huis. Mijn eigen ruimte. Mijn lijf mag eindelijk zakken.

En precies dan begint het.

Dat voelt tegenstrijdig. Want hoe kan het dat mijn hoofd rustiger is, terwijl mijn lijf drukker lijkt? Alsof alles wat jarenlang op de achtergrond bleef, nu naar voren schuift. Alsof mijn zenuwstelsel zegt: nu pas is er ruimte om te voelen.

Vroeger kreeg ik vaak te horen dat ik een lage pijngrens had. Dat ik me aanstelde. Dat ik snel miepte. Vooral als het ging om dingen die niemand kon zien. Buikpijn. Misselijkheid. Ziek zijn. Dingen die vaag waren, intern, moeilijk uit te leggen. Achteraf snap ik hoe verwarrend dat is geweest. Want het ging niet om pijn. Het ging om afwijking.

Ik kan best wat hebben. Blauwe plekken. Stoten. Spierpijn. Dat is overzichtelijk. Dat is verklaarbaar. Dat verandert niet elke seconde. Maar zodra iets in mijn lijf vaag wordt, veranderlijk, ongrijpbaar, raakt mijn zenuwstelsel overbelast. Niet omdat het te zwak is, maar omdat het te veel signalen tegelijk binnenkrijgt.

Dat verschil leerde ik pas veel later zien.

Een groot puzzelstuk daarin zijn mijn zwangerschappen. Die waren voor mij zwaar. Niet medisch. Er was niets mis. Dat werd ook steeds gezegd. Maar negen maanden lang gebeurde er van alles in mijn lijf waar ik geen controle over had. Mijn lichaam voelde anders. Reageerde anders. Door hormonen voelde alles intenser, vreemder, minder voorspelbaar.

Ik snapte toen niet waarom ik dat zo moeilijk vond. Ik voelde me aanstellerig. Ondankbaar. Alsof ik het niet goed deed. Nu snap ik het wel. Mijn zenuwstelsel stond negen maanden lang onder continue signaalbelasting. Er was geen pauze. Geen moment waarop mijn lijf weer even normaal voelde. Ik was eigenlijk al overprikkeld voordat ik moest bevallen.

Dat inzicht had ik toen niet. Ik had alleen het gevoel dat het te veel was en geen woorden om dat uit te leggen.

Als kind voel je iets. Duidelijk. Echt.
Maar als de buitenwereld zegt dat het onzin is, ga je twijfelen aan jezelf.
Je leert dat je waarneming niet betrouwbaar is.
Dat uitleg geven geen zin heeft.
Dat je je maar moet aanpassen.

En die verwarring verdwijnt niet vanzelf. Die nestelt zich in je lijf.

Ik zie het nu terug in hoe mijn systeem reageert. Mond, keel, darmen, hoofd. Dat zijn bij mij vaste routes. Daar komt spanning eruit. Soms als acute keelpijn bij stress. Soms als huidirritatie. Soms als dat speeksel dat ineens alles overneemt zodra ik ga liggen. Niet omdat er gevaar is, maar omdat mijn lijf iets detecteert dat afwijkt van normaal.

Mijn hoofd kan dan nog zo rationeel zijn. Het lijf gaat zijn eigen gang.

Dat is ook waarom afleiding of geruststelling vaak niet werkt. Of tegen mezelf zeggen dat het nergens voor nodig is. Mijn zenuwstelsel reageert niet op logica. Het reageert op voorspelbaarheid. Op veiligheid. Op overzicht.

Veel mensen herkennen dit. Al noemen ze het niet zo. Ze zeggen dat ze slecht tegen ziek zijn kunnen. Dat ze paniek krijgen van lichamelijke signalen. Dat hun aandacht vast blijft hangen op dat ene gevoel dat niet klopt. Dat ze pulken. Controleren. Scannen. Niet omdat ze dat willen, maar omdat hun systeem rust zoekt.

Het probleem is niet de pijn.
Het probleem is de onduidelijkheid.

Wat ik langzaam begin te begrijpen, is dat dit geen terugval is. Het is geen teken dat het slechter gaat. Het is het moment waarop mijn lijf eindelijk mag volgen op wat mijn hoofd al langer weet. Dat ik veilig ben. Dat ik mag landen. Dat ik niet meer hoef te overleven.

Herstel is niet lineair. Het is rommelig. Het komt in golven. Soms via je hoofd. Soms via je lijf. En soms via dingen die je liever niet had gevoeld.

Ik schrijf dit niet omdat ik er al ben. Ik schrijf dit omdat ik erin zit. Omdat ik weet dat er meer mensen zijn die zich hierin herkennen, maar geen woorden hadden. Net als ik toen.

Misschien heb jij ook geen lage pijngrens.
Misschien heb jij een zenuwstelsel dat scherp staat afgesteld.
En misschien is dat geen zwakte, maar een systeem dat te lang te veel heeft moeten dragen.

Dat inzicht alleen al verandert niets direct. Maar het haalt wel iets weg. Schaamte. Zelfverwijt. Dat idee dat je je aanstelt.

En soms is dat al genoeg voor vandaag.

Blijf op de hoogte

Ontvang een email zodra er een nieuwe blogpost online komt.

We spammen niet! Lees ons privacybeleid voor meer info.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven