Iedereen heeft wel een beetje autisme

Soms zeggen mensen iets waar ik stil van word.
Niet omdat het grof is, of bedoeld om te kwetsen.
Maar juist omdat het zo achteloos wordt gezegd.
Licht. Alsof het niks is.

“Iedereen heeft wel een beetje autisme.”
“We zijn allemaal wel eens overprikkeld.”
“Dat heb ik ook hoor, als ik moe ben!”
“Dat is toch gewoon menselijk?”

Misschien herken je het wel. Misschien heb je het zelfs ooit gezegd, vanuit goede bedoelingen.
En weet je? Ik neem het je niet kwalijk. Echt niet.

Maar ik wil wel graag uitleggen waarom het pijn doet.
En waarom ik soms, als ik zo’n zin hoor, even niet meer weet hoe ik mezelf serieus moet blijven nemen.


Want ik snap waar het vandaan komt
Ergens is het logisch.
Je hoort iets in mijn verhaal wat je herkent in jezelf.
Overprikkeling, moeite met sociale dingen, vastlopen in drukte of verandering.

En dus denk je: “Ja, dat heb ik ook.”

Dat is een menselijke reflex. Verbinden via herkenning.
Je probeert misschien juist nabijheid te creëren, zonder het door te hebben.

Maar hier komt het wrange:
door het te vergelijken, veeg je tegelijkertijd het verschil weg.
Een verschil dat jarenlang juist onzichtbaar is geweest.
Waardoor ik mezelf ben gaan afvragen of ik het misschien allemaal verzon.
Of ik me aanstelde. Of ik gewoon harder moest proberen.


Wat veel mensen niet zien
Iedereen kan zich weleens overprikkeld voelen.
Dat is normaal. We leven in een drukke wereld, met te veel prikkels en te weinig pauze.

Maar autisme is niet ‘soms wat gevoelig zijn’.
Het is niet ‘een beetje anders denken’.
Het is een structureel andere manier van informatie verwerken.
Van waarnemen. Van reageren. Van zijn.

Voor mij (en velen met mij) is overprikkeling geen uitschieter.
Het is geen “oeh, ik ben even moe van die verjaardag”.
Het is een dagelijkse strijd om alles wat binnenkomt te filteren, te begrijpen, te verwerken.
Geluiden, licht, emoties, verwachtingen, woorden tussen de regels, alles komt tegelijk. Alles doet iets.

En ik heb geleerd om dat te verborgen houden.
Om het netjes te verpakken in sociaal gewenst gedrag.
Zodat jij denkt: “Maar je functioneert toch prima?”

Wat je niet ziet, is de uitputting daarna.
De paniek als iets onverwachts gebeurt.
De spanning die zich vastzet in mijn lijf, dag na dag.
Het schuldgevoel omdat ik niet meer kan.
Niet makkelijker, sneller, normaler.


Waarom ‘een beetje autisme’ niet bestaat
Autisme is een spectrumaandoening.
Dat betekent: het uit zich bij iedereen anders.
Maar het betekent niet dat iedereen ‘er wel een beetje van heeft’.
Het betekent dat er binnen het spectrum heel veel variatie zit.

En ja, je kunt kenmerken hebben die lijken op autisme.
Maar een diagnose krijg je pas als die kenmerken structureel je functioneren belemmeren.
In je werk. Je relaties. Je dagelijks leven.
Het gaat niet om wat je ervaart, maar om hoe vaak, hoe diep, en hoe allesbepalend het is.

Dus nee, je hebt niet “een beetje autisme” als je af en toe overprikkeld bent.
Net zomin als je een beetje dyslexie hebt als je een typfout maakt.
Of een beetje blind bent als je je leesbril nodig hebt.


Wat het met me doet
Het punt is niet dat ik mensen iets kwalijk neem.
Ik geloof echt dat het meestal goed bedoeld is.
Maar woorden doen ertoe. Zeker als je jarenlang hebt geleerd om te twijfelen aan je eigen beleving.

Elke keer als iemand zegt: “Dat heb ik ook hoor,”
zonder erbij stil te staan hoe anders het voelt voor mij,
gaat er ergens een klein lampje uit.
Alsof ik weer even niet geloofd word.
Alsof het allemaal niet zo bijzonder is.

En eerlijk? Ik wil het ook niet bijzonder maken.
Ik wil niet boven anderen staan.
Ik wil alleen dat het erkend wordt zoals het is.

Zodat ik mezelf niet wéér hoef te overtuigen dat het oké is dat mijn grens anders ligt.
Dat ik het niet verzin.
Dat ik mag zijn wie ik ben, zonder dat het eerst ‘begrepen’ hoeft te worden in neurotypische maatstaven.


Wat je wél kunt doen
Verbinding hoeft niet te betekenen dat je jezelf erin plakt.
Soms zit verbinding juist in het luisteren.
In het laten bestaan van verschil.

Zeg bijvoorbeeld:

  • “Ik herken iets, maar ik zie ook dat het bij jou veel verder gaat.”
  • “Dank je dat je dit deelt – het helpt me echt om beter te begrijpen.”
  • “Wat heftig dat dat zo’n grote rol speelt in je leven.”

Dat soort zinnen? Die doen iets goeds.
Ze laten ruimte. Ze erkennen zonder overnemen.
Ze maken verschil niet iets dat weggepoetst moet worden, maar iets dat gezien mag worden.


Tot slot
Deze blog is geen sneer.
Geen aanval. Geen boze vinger.
Het is een uitnodiging.

Om samen een beetje meer bewust te zijn van de kracht van woorden.
En van het verschil tussen herkenning en ervaring.

Want nee, je hebt geen beetje autisme.
Maar je hebt wél de mogelijkheid om een beetje meer begrip te tonen.
En dat maakt, echt waar, een wereld van verschil.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven